Micha de profeet

Door William Marrion Branham

1 U kunt gaan zitten. Ik vertel u, als ik ooit zo'n leven zou kunnen leiden, dan zou ik een goede man zijn. Ik wil gewoon zeggen dat hij mij heel erg liefheeft; daar komt het door. Hij denkt heel wat van mij. Ik zou zo'n reputatie nooit kunnen waarmaken, maar ik ben zo blij om te weten dat iemand zoveel van je denkt.

2 Op een keer had ik in mijn thuisgemeente gewoon zo hard gepredikt als ik maar kon, probeerde iets voor de Here te doen. En ik ging naar buiten. Iemand zei: "Ik waardeerde die boodschap vanavond, broeder Branham."

     Ik zei: "Dank u. Dank u vriendelijk."

     Iemand, een dame kwam eraan, zei: "Zeg, dat was een geweldige boodschap, broeder Branham."

     Ik zei: "Dank u. Dank u."

     En iemand anders zei iets en ging weg. Er was daar een bezoekende prediker. Hij zei: "Wel," zei hij, "ik houd er niet van als mensen zo hoog over mij opgeven."

     Ik zei: "Wel, er is maar één verschil." Ik zei: "Ik wel." En hij zei... En ik zei: "Ik houd er altijd van als iemand mij vertelt of ik het goed of verkeerd doe. Ik houd ervan om te weten waar ik sta."

     Hij zei: "Wel, ik zou niet willen dat iemand mij vertelt dat ik het goed gedaan heb."

     Ik zei: "Ik wel." En ik zei: "Ik geloof dat er maar één verschil is tussen u en mij."

     Hij zei: "Wat is dat?"

     Ik zei: "Ik vertel de waarheid; u niet." [Broeder Branham en de samenkomst lachen – Vert]

3 Wij houden er allemaal van dat iemand ons vertelt dat we... En ik denk dat elk weldenkend persoon goede zuivere kritiek kan waarderen als je werkelijk verkeerd bent; iemand die je gewoon vertelt dat je verkeerd bent en je laat zien waar je fout bent; ik zou dat waarderen. Ik wil juist zijn, als iemand mij zou kunnen helpen om juist te zijn.

     O, er zijn zoveel dingen die ik zou willen zeggen dat... Dank u zeer voor de complimenten, broeder, en dergelijke. En alles is gewoon fijn. Ik houd op dezelfde manier van u, broeder Joseph. Ik realiseer mij dat broeder Joseph van land tot land, van plaats tot plaats scholen heeft samengevoegd en predikers heeft uitgezonden, o, zijn hele leven daarvoor heeft ingezet. Ik heb zeker de grootste achting en respect voor broeder Joseph Boze. Hij is waarlijk mijn broeder.

4 Dan dank ik u ook voor de gelukwensen vanavond voor de verjaardag van mijn lieve kleine vrouw. Zij kwam vanavond te laat om naar de samenkomst te komen, maar ik zal haar alles over het warme welkom vertellen als ik daar thuis aankom. [In het motel – Vert] Wat zal zij dat waarderen. Zij is in... En dat is één ding: broeder Joseph schepte een beetje op over mij, maar hij deed het niet teveel over haar, want zij is echt alles waard wat erover gezegd kan worden. Zij is vandaag tweeënveertig jaar geworden. Zij is gewoon nog een kind. Ziet u? Ik trouwde een kind, en daarom...

     Zij heeft mij evenwel bijgestaan als een echte, echte vriendin. En toen Billy's moeder overleed, was ik ongeveer vijfentwintig, zesentwintig jaar oud. En hij had geen moeder, huilde, en er was niemand waar ik hem mee naartoe kon nemen. En zij was toen nog maar een meisje van ongeveer zeventien, achttien. Zij droeg zorg voor hem.

5 En jaren later dacht ik er zelfs niet aan om ooit met dat kind te trouwen, net zomin als dat ik zou trouwen met een vreemd persoon die daar zat, nog niet zóveel. Haar vader en ik waren jagersvrienden en we waren naast elkaar opgegroeid. Wel... haar... Ik zou... Misschien, als ze ruzie met me had gezocht, zou ik haar een klap hebben gegeven voor een stukje snoepgoed. Dat was dus de wijze waarop het was, weet u, toen wij als kinderen opgroeiden. Dus groeiden wij samen gewoon zo op, en ik dacht er nooit over om met haar te trouwen.

     Maar ik vertel u dat het zeker een van God gegeven gave voor mij was toen ik... toen God mij mijn vrouw gaf. En dank u zeer. En Hij heeft mij door haar drie lieve kinderen gegeven.

     En zij heeft Billy Paul overgenomen. En gewoonlijk... om als stiefmoeder het gezin binnen te komen, dan weet u wel hoe dat gaat. Ik kan dit zeggen – zij is niet hier, maar het is waar. Iedereen weet dat en mijn buren zijn hier – dat zij van die jongen houdt en geweest is... Zij is beter voor hem dan zijn moeder was. Ik heb gezien dat zijn moeder hem een klap gaf toen hij nog geen zes maanden oud was, maar Meda heeft hem nog nooit aangeraakt.

     Misschien... Zij behoorde het misschien een beetje meer gedaan te hebben, anders was het misschien anders geweest. Zij liet het allemaal aan mij over. Sommige mensen zeggen dat zij er niet in geloven om hen te slaan, maar u weet dat de Schrift zegt dat als u de roede spaart, u uw zoon bederft. Dus ik geloof erin om kinderen te corrigeren, om ze te leren nadenken. Als wij daar meer van hadden, zouden wij niet zoveel jeugdmisdaad hebben.

6 Nu, vanavond is het woensdagavond en we zijn enigszins... Het is een avond waarop ik niet veel mensen verwachtte vanwege de kerken. Vanavond zijn er in de kerken gebedssamenkomsten, en ik ben erg dankbaar voor het gehoor. En het is een goede zaak dat zij niet allemaal op dezelfde avond komen, omdat wij zouden... omdat wij dan niets met hen konden beginnen. Ik zei een poosje geleden: "Hoeveel zijn er hier die kunnen zeggen dat zij nooit tevoren in de samenkomsten zijn geweest?" En het was meer dan de helft van het gehoor. Gisteravond was het twee derde die nooit eerder in de samenkomst was geweest, en het gaat zo maar door.

     Nu zouden we zoveel dingen kunnen zeggen. Ik geloof dat het gisteravond was, als ik me niet vergis, dat ik in mijn boodschap gisteravond sprak over... Ben vergeten over welke tekst ik gisteravond predikte. Ik bracht iets naar voren over... o, "De vergeten zaligspreking". Ik geloof dat het in Mattheüs, het elfde hoofdstuk en het zesde vers staat, of zoiets... 11:6, de vergeten zaligspreking, en "Gezegend is hij die geen aanstoot aan Mij neemt".

7 Ik predikte erover hoe mensen ertoe komen aanstoot te nemen aan Jezus. En Johannes werd... Hij drukte het niet op die manier uit, maar hij nam er wat aanstoot aan dat de dingen niet precies op de manier gingen zoals hij dacht dat het moest gaan. Omdat hij een Jezus, of Christus, de Messias, had geïntroduceerd met een wan in Zijn hand Die de vloer schoonveegt en het kaf verbrandt; en toen Hij kwam, was Hij werkelijk zachtmoedig en nederig en vriendelijk. En hij kon maar moeilijk begrijpen waarom dat zo was. Het leek of hij teleurgesteld was en hij nam er een beetje aanstoot aan.

     Toch had hij het Messiaanse teken gezien en wist hij dat Hij het was. Daarom stuurde hij er discipelen naartoe om te ontdekken of Hij het was. Nu, dat was verschrikkelijk om zoiets te zeggen, maar Johannes was gezalfd met de geest van Elia, en Elia had ook bijna een nerveuze inzinking, weet u, onder de jeneverbesstruik. En hier was Johannes... Zo lang als u daar staat en het uitdeelt, gaat het goed; maar als u het moet terugtrekken, dan is het een beetje anders. Zie? Dus bij Johannes in de gevangenis was zijn arendsoog wat gedimd.

8 En dus zien wij dat Jezus hem nooit een lezing gaf, of hem vertelde hoe Johannes het moest doen. Hij zei alleen: "Blijf totdat de samenkomsten voorbij zijn en zie wat er gebeurt." En nadat de samenkomst voorbij was, zei Hij: "Nu, ga, en toon Johannes deze dingen: de lammen lopen, de blinden zien, de doven horen, enzovoort; en aan de armen wordt het Evangelie verkondigd. En gezegend is hij die geen aanstoot aan Mij neemt." Toen begon ik te spreken over ergernis.

     En toen was ik... ik verwees naar een klein kind dat hier uit Zion, Illinois, kwam. En als ik het niet fout heb, iemand vertelde mij, of dacht dat dat kind vanavond in het gebouw was. Is dat zo? Is de moeder hier met dat kind uit Zion City, Illinois, dat dat kreupele been had, onder zich verdraaid, en nu loopt? Zij zou hier óf vanavond óf morgen zijn.

     Dat is de moeder. God zegene u, zuster. Was u gisteravond hier? Goed. Het is goed. Ik bedoelde niet... Ik... U begreep wat ik bedoel. U heeft zich er niet aan gestoten, maar u was gewoon... U vroeg zich gewoon af wat er met dat kind zou gaan gebeuren. Is dat niet zo? Goed. De Here deed precies wat Hij zei dat Hij zou doen, deed Hij dat niet? Dank de Here daarvoor. Heeft u het kind bij u? [De zuster zegt: "Nee." – Vert] Het is hier niet.

9 Wel, de kleine moeder ging weg. Zij had haar geloof helemaal opgebouwd. O my, zodra ik mijn handen op het kindje legde, zou het precies daar gebeuren. Maar u ziet dat in werkelijkheid, soms... Als wij... als dat echt geloof is, dan is er niets dat het zal stoppen. Dus de volgende dag bracht de kleine moeder het kind vanuit de caravan en zij was zich aan het afvragen, zij en haar kleine echtgenoot, en wilden weten waarom het beentje van het kind niet recht werd.

     Wel, ik zei helemaal niets, en ik dacht: "Zij gelooft dat. En het meisje gelooft het werkelijk, dus moet het gebeuren, zo lang..."

     Toen zij wegging, zei ze iets tegen mij terug: "Denkt u, broeder Branham, dat het de wil van God is voor mijn baby om kreupel te zijn?"

     En ik zei: "Nee, zeker niet."

     Dat was precies waarop zij wachtte. Zie? Daarom beloonde Hij het en genas het kind.

10 En toen ik een paar minuten geleden binnenkwam... Ik mag dit getuigenis verkeerd begrepen hebben, maar er is... als de vrouw hier is... Ik dacht dat ik de auto en de caravan daarbuiten gezien had. Er kwam pasgeleden een dame naar mijn samenkomst, ongeveer, o, het moet niet meer dan ongeveer één of twee jaar geleden zijn geweest. Bij de dame stak een tumor uit, wel zo groot. O, u heeft nog nooit zo'n tumor gezien. De doktoren konden het zelfs niet aanraken; het was in zo'n verschrikkelijke toestand, en ze was er zo slecht aan toe dat zij zelfs niet kon lopen. Zij moesten haar dragen.

     Wel, zij had gehoord dat ik die avond in de kerk zou zijn. U weet hoe het daar in die kleine Tabernakel aan toe gaat, en toen de dienst voorbij was, had ik niet voor de zieken gebeden. Ik bad alleen, en ik veronderstel dat zij was... er ook een soort aanstoot aan nam. Maar hoe dan ook, een van de getrouwe diakenen en sommigen van hen wisten wanneer ik door de studeerkamer of het kantoor van de diakenen daarachter, naar buiten zou gaan. Zij droegen deze arme vrouw daarheen, een grote zware vrouw en met die grote tumor, o, verschrikkelijk. En zij legden haar neer bij het opstapje zodat, als ik daar naar buiten ging, ik over haar heen moest stappen of iets dergelijks.

11 Toen ik dus naar buiten ging, sprak zij het Woord, en God gaf mij het Woord, en ik sprak terug. En ongeveer de vorige zomer, geloof ik dat het was, stapte zij met haar man aan de voorkant uit, op de terugreis naar Californië. En die vrouw was gewoon zo slank... Die tumor was compleet verdwenen. Er is geen... En als dat... Ik zag haar pasgeleden in Bloomington, en ik zei: "Zuster, ik zou graag willen dat u vanavond opstaat." En enige predikers hielden mij op en ik bleef praten en vergat het. Ik denk dat dat haar auto is met de caravan die hier staan met een Californisch nummerbord.

     Als de vrouw hier is, zou u dan uw hand willen opsteken, zuster? Ja, daar zit zij achteraan. Dat is juist. Zou u daar voor een ogenblik in het gangpad willen gaan staan, zodat de mensen u kunnen zien? Trek uw jas naar achteren zodat de mensen kunnen zien uw...? Met een tumor die zo groot was en naar buiten stak... [De zuster verheugt zich – Vert] Als u in die toestand zou zijn geweest, zou u zich ook zo gevoeld hebben.

     Nu, bedenk, dat zij zo dik was dat zij zelfs niet kon lopen op die manier. Zij moesten haar dragen met de tumor die zo uitstak. En elk deeltje ervan is verdwenen, ging weg; en het is verdwenen. Zie? Nu, wij hebben niet...

12 Ik denk dat er vanavond in dit gebouw een andere dame is, een gediplomeerd verpleegkundige. Ik zag haar en haar echtgenoot hier gisteravond. Zij zijn boezemvrienden van mij. Om te zien hoe lang het zo blijft.... In de registers van Houston, Texas, was zij hopeloos, stervend, opgegeten door de kanker. En zij brachten haar naar de samenkomst. En toen mijn broer Howard die avond gebedskaarten uitgaf... Gewoonlijk komt hij naar voren zoals Billy zou doen, en mengt de kaarten door elkaar en geeft de mensen de gebedskaarten. En deze vrouw die daar zat, keek naar een andere dame die er erger aan toe was dan zij – deze verpleegster die een gevoel heeft voor zieke mensen – en zij stond op en ging helemaal achterin op een stoel zitten.

     Die avond, toen Howard, mijn broer, binnenkwam en naar voren liep om gebedskaarten uit te geven, zei de Heilige Geest: "Ga naar achter en deel ze vanavond daar achteraan uit." En zij kreeg de gebedskaart en kwam in de rij. De Heilige Geest vertelde haar daarover, en genas haar werkelijk totaal. En dat is ongeveer tien of twaalf jaar geleden of misschien meer, en zij is nog steeds een gediplomeerd verpleegkundige, en bestuurt een verpleeghuis in Texas.

13 Zuster Harris, bent u hier vanavond? Zij is een gediplomeerd verpleegster, ergens, een lieflijke, knappe vrouw uit... Hier is zij. Dat is juist, een gediplomeerd verpleegkundige. De laatste staat van kanker... De dokters daar die van haar geval afwisten, wisten dat het was afgelopen. En nu vertellen ze mij dat dokters, gepensioneerd en dergelijke, naar haar toekomen om haar te helpen, omdat ze weten dat zij een Godvrezende Christin is die haar leven aan Christus heeft gegeven, en dat God haar genas.

     O, wat probeer ik te zeggen, vrienden? Neem geen aanstoot. Hij is... Er is geen aanstoot in Hem. Hij loopt precies op schema. Uhum. Dat is juist.

14 Toen leidde de Heilige Geest ons gisteravond om te zeggen dat we niet heel ver achterlopen; noch lopen we vooruit, maar we zijn precies op schema; dit is vanavond een boodschap op de juiste tijd.

     En als iemand zegt: "O, die dagen zijn voorbij", iemand die mening heeft, ga dan Johannes vertellen (uw voorganger, of wie het ook is, zie?): de lammen lopen en de blinden zien, de tumoren verdwijnen en de kankers worden genezen. Hoe lang zal het duren? Zo lang als u het gelooft. Dat is waar. Dat is hoe lang redding duurt, net zo lang als u het gelooft...

     Heb nu dus goede moed; heb geloof in God. En Christus heeft ons niet verlaten. Neem geen aanstoot. Als Hij het beloofde, zal Hij het doen, en Hij is precies op tijd, helemaal precies. Hij is elk moment precies op schema. En u zegt: "Broeder Branham, ik voel dat het vanavond mijn avond is dat ik genezen zal worden." Wees niet bezorgd, Hij is precies op schema; blijft u precies op schema. En als u gelooft dat dit uw avond is, is dit het. Laten we onze hoofden even een ogenblik buigen voor gebed.

15 Genadige en heilige, hemelse Vader, terwijl wij Uw troon van genade naderen, geef ons vanavond van Uw genade om het Woord van God te prediken zodat de mensen het mogen zien en geloven, want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

     Terwijl ik bad... De mensen die mijn vrouw en mijn zoontje Joseph deze middag meenamen, zijn hier ergens in het gebouw. Ik veronderstel dat zij binnen zijn komen. Hij was een Jehova's Getuige en zijn vrouw, dacht ik, van de Anderson Kerk van God. Zij was een tuberculosepatiënt. Zij werd genezen. En zij hadden een kreupele zoon: polio in zijn benen, had zijn been opgetrokken. En zij volgden de samenkomst. Ze waren in Houston, Texas. Ik geloof dat het daar was waar onze zuster Harris werd genezen – ik weet niet waar ze nu zit, het is donker in de hoeken. En zij waren daar aanwezig waar die avond dat Licht neerkwam.

16 Zij waren in Louisville. Zij woonden buiten Kentucky en kwamen naar de dienst. En ik veronderstel dat broeder Wood zelf niet veel van het... Hij was een Jehova's Getuige en was in dat soort gezin streng opgevoed om weg te blijven van kerken, enzovoort. Maar hij zag die avond een meisje dat geworden was tot... gewoon aan het verstenen. En gedurende jaren had zij gelegen (het was al tot aan haar heupen gekomen) en ze kon zich al jaren niet bewegen. Zij stond op, liep over het podium, nam haar ligbed en ging naar huis; werkte; rende de volgende dag de trappen op en af.

     Een kleine jongen zat in een rolstoel met één been langer dan het andere, stond op, kwam naar het podium toe en stond daar. En de kleine kerel predikte meteen vanaf het podium; beide benen waren gelijk. En dat liet hen op gang komen.

17 Ik ging daarna naar Zweden en kwam terug, en zij waren hier ergens in een samenkomst, ergens hier in Ohio. En zij zaten helemaal achteraan in de tent. Die avond zei de Heilige Geest: "Een kleine jongen daar achteraan met een sweater aan, kleine gele sweater, zijn moeder en vader..." En alles over hen. Zij hadden zelfs nooit... Zij wisten dat ik nog nooit van hen gehoord had, niets. En hij was een aannemer daar in Kentucky. En zei: "ZO SPREEKT DE HERE, de kreupele jongen is genezen."

     Wel, hij zat daar een poosje, en gelijk zei ze tegen haar man: "Laat de jongen opstaan", zoiets dergelijks. En de jongen stond op en beide benen waren gelijk. Die jongen is vanavond een jongeman, getrouwd, heeft een kind. En als ik mij niet vergis... David, ben jij in het gebouw? David Wood, waar ben je? Eén been was onder hem opgetrokken en de andere... Ben je hier, David? Daar is hij, staat in de deuropening. Zou je even hier een stukje naartoe willen lopen, David, zodat zij kunnen zien dat er niets... Weet zelfs niet welk been het was dat onder hem was opgetrokken.

18 Nu, de zuster daar uit Zion met het kleine kind, u ziet wat God deed voor een van deze opgetrokken benen. U ziet wat Hij voor de uwe doet. Hij is nog steeds God. Hij is precies op schema. Het enige voor ons om te doen is om precies met ons geloof op schema te lopen met Zijn tegenwoordigheid hier, en het zal gebeuren.

     Nu, slechts voor een korte boodschap... en Billy gaf me de laatste avond complimenten dat ik werkelijk in ongeveer vijfendertig of veertig minuten er doorheen was gekomen. Ik heb twee uur genomen of misschien nog meer. [Het duurde zeventig minuten – Vert] Maar hij zei: "U heeft het goed gedaan. Als u het kunt terugbrengen tot twintig minuten zal het beter zijn voor de mensen."

     En ik zei: "Wel, dat zal moeilijk voor mij zijn." En dus, zie, een beetje moeilijk. Ik heb heel wat om over te spreken omdat ik een geweldig grote Here heb Die komende is, en ik houd er zoveel van dat ik maar blijf praten.

19 Maar u die wilt meelezen in de Schrift, als u naar I Koningen, het tweeëntwintigste hoofdstuk, het veertiende vers gaat, dat ene vers als een kleine tekst om de samenhang daaruit te nemen, als de Here ons helpt om gedurende een paar ogenblikken te spreken.

     Doch Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, wat de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken.

     Welnu, wij hebben hier een geweldige geschiedenis voor ons, maar geen tijd om het op de juiste wijze te benaderen. En morgenavond, als ik kan, of op een avond, zo de Here wil, zou ik hier graag in het Oude Testament willen teruggaan en een onderwerp over profeten oppakken en hen naar voren willen brengen, als Hij het toestaat. Dan schijnt het mij toe dat Hij met mij handelt om de donderdag of vrijdagavond te nemen om te prediken over "Het merkteken van het beest" en "Het zegel van God", en ik denk dat het een actuele zaak is die de gemeente zou moeten weten.

20 En nu vinden wij hier dat er in die tijd een koning was met de naam Achab. Hij was de koning van Israël, en tezelfdertijd was Josafat koning van Juda. En Josafat was een rechtvaardig man, een Godvrezende man. En zijn vader, Asa, voor hem, was een Godvrezende man. Maar wij ontdekken dat Achab een soort grensgelovige was, zoals wij het noemen, gewoon zo'n soort kerel die... Wel, elke kant die de wind op waaide, zou Achab nemen.

     En hij had een vrouw genaamd Izebel, en hij had dit meisje alleen getrouwd om zijn koninkrijk te versterken. En zij was een afgodenaanbidster en zij had ervoor gezorgd dat Israël helemaal verscheurd was. En de predikers waren allemaal... Die echt goede predikers waren, waren lauw geworden. En zij waren bijna allemaal teruggevallen. Maar er was een oude man die zij niet konden doen omkeren, en dat was Elia. Hij liet zich niet verleiden, want hij bleef pal met dat Woord staan. En hij had dus geprofeteerd wat Achab zou overkomen.

21 Toen werd op een dag Josafat geroepen om deze koning van Israël te bezoeken, want zij waren tenslotte broeders. Methodisten, en Baptisten, en Presbyterianen, Pinkstermensen, zij waren broeders. Zij hadden allen dezelfde afkomst en waren hetzelfde, veronderstellende dat ze dezelfde God dienden. En Achab was... Hij was nog steeds een gelovige, een lauwwarme grensgelovige. Maar zijn vrouw was... Hij was het hoofd van het huis, maar zij moet de nek zijn geweest die het hoofd draaide, weet u, dus wat zij ook zei... Zij was het systeem.

     En, broeder, laat mij dit zeggen met respect voor een paar van u goede conservatieve Democraten: dat is wat wij nu hebben gekregen. Hij mag in orde zijn, maar er zit daar een systeem achter dat het hoofd draait. En wij hebben precies hetzelfde gedaan... Wij komen daar later toe.

     Dus, hoe het zij, deze vrouw bestuurde hem. Wat zij ook maar wilde, kreeg zij bij hem voor elkaar, en maakte dat hij het deed, wond hem om haar vinger. En zij bestuurde de troon. Zij was de drijfkracht achter de troon.

22 En Josafat werd dus uitgenodigd om Achab te bezoeken, en Achab toonde hem al het moois dat Israël had. Nu, dat is waar een gelovige in terecht kan komen met verkeerd gezelschap. Toen Josafat er heenging om met Achab gemeenschap te hebben, kwam hij verkeerd uit. Nu, het gebeurt heel vaak dat mensen dat met goede bedoelingen doen. Mensen bedoelen het niet om verkeerd te doen. Ik geloof dat er vanavond veel mensen zijn die in zonde zijn die dat in feite niet willen.

     Enige tijd geleden was er een mooi, jong meisje in een kamer voor psychopaten. En zij hadden daar een kamer voor noodgevallen, en ik ging daarheen: een zeer knap uitziende vrouw. Ik keek om mij heen naar sommigen van hen in dwangbuizen. En zij zei: "Wilt u mij als eerste nemen, broeder Branham?"

     Ik dacht: "Eerst nemen? U bent toch niet een van de patiënten?" Maar zij was het.

23 En zij vertelde mij erover hoe zij had geleefd, en ik zei tegen haar, ik zei: "Je wil dat niet doen, nietwaar?"

     Ze zei: "Nee meneer, dat wil ik niet. Iets drijft mij om het te doen."

     Ik zei: "Het mag ouderwets klinken, maar dat is de duivel."

     En ze zei: "Ik heb dat altijd geloofd." En God bevrijdde de vrouw. Zij is getrouwd en heeft kinderen vanavond. En zij was een dronkaard, alcoholiste en prostituee, o, u heeft nooit... zo'n verschrikkelijk leven. Maar het is gewoon... Zij willen het niet doen, maar iets drijft hen om het te doen. Zij willen het niet doen.

     Ik ben naar de Bowery geweest [Een achterbuurt in New York vol met verloederde mensen – Vert] en raapte deze dronkaards op, en zei: "Wel, wat is uw naam?"

     "Wilt u drank voor mij kopen?"

     "Nee, ik wil geen drank voor u kopen. Ik ben een prediker."

     En hij zei: "Gaat u staan en kijk die kant op, en u kunt de bank zien waar ik de directeur van was." Zie? Zo gaat het dikwijls. Zie? Maar zij willen het niet; iets drijft hen om het te doen.

24 Ik heb hier ergens een vriendin zitten, misschien wel vanavond, zij komt altijd; en u bent bijna allemaal bekend met Rosella Griffith. Zij was een van de ergste alcoholisten die Chicago had. Zelfs Skid row kon Rosella niet gebruiken. [Een achterbuurt in de stad waar dronkaards en dergelijke zich ophouden – Vert] En zij kwam naar de samenkomst in Hammond, en daar riep de Heilige Geest haar eruit en vertelde haar er alles over. En zij werd van dat alcoholisme bevrijd en nu werkt zij in de gevangenissen en dergelijke waar andere alcoholisten zijn. Rosella, waar ben je, zuster? Ben je vanavond in het gebouw? Ja, hier is zij, precies hier, en een heilige van God. Lieflijk persoon die haar leven gaf en zich overgaf aan Christus, en nu...

     Toen ik haar op het podium zag komen (excuseer mij, zuster Rosella), had ze ogen als een vleermuis, zag eruit als een oude heks...?... O, u heeft nog nooit zo'n persoon gezien. En ik wil dat u... Ik zeg dit niet om haar te vleien, maar Rosella is vanavond een lieflijke, mooie jonge vrouw. Ze is vijftien jaar, lijkt vijftien of twintig jaar jonger dan zij in werkelijkheid is. En zij is een lieflijk persoon en dronk nooit meer een slok alcohol. Nadat ziekenhuis na ziekenhuis, en dokter na dokter, de Anonieme Alcoholisten van Chicago, haar allen hadden opgegeven als een hopeloos geval, zit zij vanavond hier na jaren en jaren.

Verbazingwekkende genade,
Hoe lieflijk het geluid,
Dat een wrak als mij redde.
Dat is het.

25 Alcoholisten, ziet u wat God kan doen? Kankergevallen, ziet u wat God kan doen? Korte benen, kreupel, ziet u wat God kan doen? Hij is God. Hij is precies op tijd.

     Nu, wij ontdekken dat deze man in het verkeerde gezelschap terechtkwam. En zondaar, u hoort deze mensen juichen; u zag die vrouw daar heen en weer rennen zonder die geweldig grote tumor, zo vol van glorie dat zij zelfs niet kon staan... zelfs niets meer kon zeggen en in tongen begon te spreken. Wel, zij was zo gevuld met de kracht van God Die deze tumor uit haar had weggenomen, dat zij niet haar eigen taal kon spreken. Zij was slechts God aan het prijzen. Zie? U vraagt zich af wat maakt dat zij dat doen. Wel, laat u datzelfde eens overkomen en let op wat er met u gebeurt. Zie? Het zal hetzelfde zijn. Hij ligt dus precies op schema, "want de belofte is voor uw kinderen en voor degenen die verre zijn, zelfs zo velen als de Here, onze God, ertoe roepen zal".

     U zegt: "Mijn herder, mijn kerk gelooft dat niet." Wel, u bent... u bent in het verkeerde gezelschap terechtgekomen. U raakte in het verkeerde gezelschap. Ziet u? Dat is wat Josafat deed. Hij kwam in het verkeerde gezelschap terecht. Hij kreeg een hoop geschitter, en Achab toonde hem al de schitterende dingen van de...

26 Ik veronderstel dat Josafat gezegd kan hebben: "Gelooft u nog steeds in Jehova?"

     "O, wel, zeker, wij geloven in Jehova, zeker, zeker."

     "Goed", zei hij, "nu..."

     Als u bemerkt dat de wereld u ergens voor uitnodigt, onthoud dat zij een zelfzuchtige bijbedoeling hebben. Ziet u? En jongedame, jij hier die uit een Christelijke huis komt, en je hebt nooit gerookt of gedronken, en dat meisje probeert je een sigaret te geven, dan heeft zij een bijbedoeling. Die jongeman die je uit dansen wil nemen, heeft er een bijbedoeling mee. Zie? Let gewoon op. Blijf weg uit dat gezelschap. Blijf erbij vandaan. Ongeacht hoe goed zij schijnen te zijn, mijd elke schijn van kwaad, zegt de Bijbel.

     Blijf erbij vandaan. Kijk niet hoe dicht je erbij kunt komen zonder te zondigen; kijk hoever je erbij vandaan kunt blijven. Dat is de zaak die je moet doen. Kijk nooit hoe dicht je bij de zonde kunt komen; kijk hoever je erbij vandaan kunt blijven.

27 Zoals die Schot deed die over de berg zou gaan. Ze hadden daar drie bestuurders. Een van hen zei: "Wel, die steile rotswand," zei hij, "is dat de weg die daar omhoog gaat?"

     Hij zei: "Dat is de weg."

     Zei: "Wel, hoe breed is die weg?"

     Hij zei: "Die weg is ongeveer 25 cm breder op sommige plaatsen dan de wielen van de wagen."

     Zei: "U zou maar beter een goede koetsier kunnen kiezen."

     Hij zei: "Ik moet de berg bestijgen, er overheen."

     Eén man zei: "Ik kan mijn paarden in galop laten rennen en met mijn zweep mijn paarden laten galopperen, en 5 cm van die rand wegblijven, heel de weg er omheen zonder ervan af te vallen."

     De andere voerman kwam eraan en zei: "Ik kan 8 cm van die rand wegblijven en er omheen gaan in volle galop."

     De andere kerel stond daar gewoon wat met zijn vingers te knippen. Zei: "Wat met u, meneer?"

     Zei: "Meneer, ik zou in staat kunnen zijn om dat te doen, maar ik wil die kans niet wagen. Ik blijf zover aan de kant als u wilt."

     Hij zei: "Ik ben uw passagier." Dat is juist. Het is op die manier. Zie niet wat u kunt doen om het op een akkoordje te gooien met God; zie hoever u van de zonde kunt wegblijven, en van alle vormen, en rangorden, en ongeloof. En onthoud u van alles wat ongoddelijk is. Ga erbij vandaan. Blijf ervan weg.

     En ik denk dat als iemand ooit in Kanaäns land is geweest en van de goede dingen van God geproefd heeft, u zich niet zoveel zorgen over hem of haar hoeft te maken. Zij zullen er van wegblijven, als zij ooit deze goede druiven van Kanaän hebben geproefd.

28 Nu, Josafat ging daarheen, en Achab toonde hem al het geschitter van het koninkrijk. Maar hij had een zelfzuchtige bijbedoeling, en hij zei: "Weet u dat Ramoth in Gilead daarginds aan ons toebehoort? Toen Jozua het land verdeelde... U bent er een getuige van. Ja zeker, u bent er een getuige van dat het ons werd toebedeeld. En de koning van Syrië heeft het, en het behoort aan ons." Zei: "Nu, is dat niet de waarheid?"

     Hij zei: "Dat is waar, zeker, dat wij allemaal Israëlieten zijn."

     Hij zei: "Nu, wilt u uw leger bij mijn leger voegen? En dan zullen wij beiden daar samen heengaan en hem daaruit verdrijven, omdat dat van ons is."

     En, kijk, zij kunnen aantonen, de wereld kan... De duivel kan u enige verbazend goede, schitterende redenen tonen, en het zelfs uit de Schrift aanhalen. Zij zullen zeggen: "Welnu, wij zijn allemaal gewoon... Wij zijn allen kinderen van God. Alle mensen zijn zonen van God." O nee, nee, nee, nee. "Wij geloven allemaal dezelfde dingen." O, dat doen we evenmin. Nee, dat doen wij zeker niet.

     En dus, zij... U weet dat Judas ons vertelde en gebood om vurig te strijden voor het geloof, niet een geloof, het geloof dat eenmaal aan de heiligen werd overgeleverd. Dat is juist. Niet strijden voor een geloof, het geloof dat eens werd overgeleverd. En als u dat geloof hebt, zei Jezus, dan zullen deze tekenen degenen volgen die dat geloof hebben. Dus dat... dan weet u waar u staat (zie?), en dan weet u wat voor soort leven u zou moeten leiden.

29 Dus Josafat zei: "Welzeker, tenslotte wij zijn dezelfde mensen." Zei: "Mijn wagens zijn uw wagens, en mijn paarden zijn uw paarden, en mijn soldaten zijn uw soldaten. Vanzelfsprekend horen we bij elkaar." Zei: "Waarom kunnen we daar niet gewoon heengaan [Broeder Branham hoest – Vert] (neem me niet kwalijk) en hen daaruit verdrijven?" Maar hij zei... En toen keerde hij zich om. Hij moet gedacht hebben: "Wel, wacht even. Wij hebben de Here hier niet over geraadpleegd." Zie, een echte gelovige zal voordat hij iets doet, ongeacht wat of hoe goed het lijkt, altijd eerst de Here raadplegen. Amen. Ja zeker.

     Weet u, ik heb gezien... Vaak komen mensen bij mij en zeggen: "O, broeder Branham, als u hierheen komt, zijn er zoveel die het sponsoren; wij zullen zoveel doen; wij garanderen u dat er nooit één cent onbetaald zal blijven; en wij zullen u elke avond zoveel geven." Echt schitterend, maar u weet dat apen op schitterende dingen afspringen. Laten we daarom gewoon wachten. Dwazemansgoud overtreft het echte goud in glans.

30 U weet dat ik gisteravond zei dat Christus een gloed is, geen schijnsel. Wij zullen nooit in staat zijn de wereld te veranderen met te proberen onze kerken op te poetsen en ze groter te maken, en onze predikers te polijsten door beter onderwijs. Zij hebben al die rommel al. Zij hebben alle soorten psychologie en balspelen en van alles. De wereld heeft dat. Maar wij hebben iets dat zij niet hebben: dat is Christus. Zie? Dat is juist. Blijf gewoon in uw eigen gebied. Wij hebben Christus; zij hebben Christus niet. Zij hebben al de psychologie. Probeer niet met knappe koppen te wedijveren. Dat kunt u niet. Zij hebben niet... zij kunnen u de loef afsteken.

     Ga eens een keer naar een Katholieke priester en probeer hem te overtreffen met kennis. Hij heeft zeshonderd boeken die net zo heilig zijn als deze Bijbel die hij moet leren. Dus, broeder, probeer hem nooit te overtreffen met kennis; dat zal ik u vertellen. Maar als u gewoon bij de kennis van de Heilige Geest blijft staan, dan zal Hij de rest ervan doen (zie?), als u daarbij blijft staan. Zie? Maar wij worden niet verondersteld verstand te overtreffen, wij worden verondersteld Christus te hebben. Dat is wat wij hebben. Wij hebben iets dat zij niet hebben.

31 Dus u behoort altijd de Here te raadplegen voordat u iets gaat doen. En als u zegt een zeker iets te gaan doen, dan moet u zeggen: "Als het de wil van de Here is." "Als het de wil van de Here is." Dat vertelt de Bijbel ons.

     Josafat herinnerde zich zijn goede onderwijzing die zijn vader hem gegeven had. Hij zei: "Denkt u niet dat wij de Here zouden moeten raadplegen?"

     Ik kan me indenken dat bisschop Achab zei: "O, o, wel, welzeker. Natuurlijk. Ik... ik geloof dat we dat zouden moeten doen. Welnu, ik heb hier juist de groep bij elkaar, want ik heb een hele school predikers hier bij elkaar, profeten." Nu, onthoud dat zij profeten waren. "Ik heb hier een hele school van hen."

     "Goed. Welk soort profeten zijn het?"

     "Jehova's profeten. Wij hebben hen precies hier. En... wel, ik zal ze laten halen."

     "Goed, dat zou fijn zijn."

32 Dus ze kwamen er allemaal aan, met Zedekia en alle anderen. Hij was het hoofd onder hen, de hoofdbisschop. Dus toen zij allen voor de koningen verschenen, zaten zij daar met hun koninklijke gewaden aan, weet u, buiten op het plein voor de poort... En de profeten, vierhonderd van hen, traden naar voren. Bedenk. Vierhonderd studenten, geen studenten, zij waren ingewijde bisschoppen, belangrijke kerels.

     Ze zeiden: "Wij hebben gebeden; wij hebben gevast; wij hebben de wil van de Here. ZO SPREEKT DE HERE God Jehova: 'Ga erheen en neem het in', want het behoort aan ons, en het is van ons, en wij hebben er rechtmatig recht op. Laten we het gaan innemen." Ze zeiden: "Laten we dat nu bedenken. Nu, verstandelijk is dat juist. Het werd aan ons gegeven. Uh-huh. Dat is waar." En nu zeggen deze profeten: "Laat eens zien. In onze psychologie, onze gedachten, in ons psychisch verstand behoort het aan ons. God gaf het ons. Het behoort ons toe. Een heidennatie eigent het zich toe."

     "Ziet u mijn profeten? Ze zeggen allemaal: 'Ga erheen en neem het in!'"

33 En, weet u, als een man ooit een keer in contact met God is geweest, dan kan hij wel ongeveer zeggen of het van God is of niet. Weet u, Josafat voelde zich een beetje vreemd. Hij zei: "Heeft u er niet nog één?"

     Hij zei: "Nog één? Wel, er zijn hier vierhonderd van de best opgeleide, best geoefende, best geklede en, wel, die er maar in het land of in de wereld zijn. Als er vierhonderd met één stem zeggen 'Ga', waarom vraagt u dan om nog één meer?" Maar er was daar een klein eigenaardig gevoel vanbinnen, weet u. Er was iets verkeerd.

     Dus nu, kijk nu, als u begint te denken dat als wij allen tezamen in eenheid bij elkaar komen, wel, dat er dan kracht is... maar het zou niet de juiste soort kracht kunnen zijn. Zie? Waar eenheid is, is kracht, als er overeenstemming is. Dat is juist, als het overeenstemt met de juiste zaak. Daar kunnen we het mee eens zijn. Maar laat het eerst teruggaan naar het Woord van God. Zie? En daarom zeiden ze...

34 Dat is hoe onze eerste organisatie ooit gevormd werd, onze befaamde Katholieke kerk. Om die reden zeggen ze over organisatie: "Wat betreft het Concilie van Nicea, denkt u niet dat ze daar in Nicea wisten hoe het moest, toen ze de anderen eruit stemden en dit erin stemden?" Dat maakte het nog niet juist. Nee, zeker niet. Het is juist als God zegt dat het juist is; en het is niet juist totdat Hij zegt dat het juist is. Zo is het precies. Ongeacht hoe groot het is en hoeveel het heeft doorstaan.

     Een priester vertelde mij niet lang geleden, zei: "Wel, broeder Branham..." Of, "Meneer Branham..." (Hij noemde mij niet broeder Branham.) Hij zei: "Meneer Branham, het bewijst aan u dat de Katholieke kerk juist is." Hij zei: "Kijk naar de stormen die er overheen zijn gegaan gedurende alle tijdperken, en dergelijke." Mijn familie was eertijds Katholiek, zoals u weet, een Ier zijnde. Daarom zeggen ze: "Gedurende..." Zei: "Kijk wat de Katholieke kerk heeft doorstaan, door al de vervolgingen heen."

     Ik zei: "Dat is geen raadsel met de hele staat en al het andere achter zich. Maar wat met de Pinksterkerk waar alles tegen is, en die het nog steeds overleeft?" Amen. Dat is juist. Alles tegen zich... Zeker, alles is voor de Katholieke kerk. Zeker kon ze op die wijze overleven, maar wat als alles tegen haar is, en zij hen vermoorden, en hen doden en van alles? Hoe kon zij het overleven? En hier is zij vandaag, glanzend als een dollar (amen), zoals de sterren van de hemel, en zal voor immer zo zijn.

35 Nu, bemerk, deze Josafat zei: "Er is hier iets een beetje fout." Diep in zijn hart voelde hij dat er ergens iets verkeerd was. Zei: "Maar hebt u hier niet ergens nog een profeet?"

     Zei: "Ja, ik heb er een. Het is Micha daarbuiten. Hij is de zoon van Imla. Maar ik haat hem."

     O, o. Hij wist toen meteen dat hij op het juiste spoor zat. Hij zei: "O, laat de koning dat toch niet zeggen. Ga hém halen."

     "Wel, waarvoor hebben wij er nog één nodig, als de hele organisatie zegt dat het juist is?" Dat maakt het nog steeds niet in orde, geen beetje, niets.

     Hij zei: "Nee, ik wil nog steeds deze andere profeet zien." Dus zei hij: "Wat zei u dat zijn naam was?"

     Zei: "Micha, hij is de zoon van Imla."

     Zei: "Wel, ga hem halen. Laten we horen wat hij erover te zeggen heeft", omdat er ergens een klein, vreemd gevoelen was dat niet met het Woord overeenstemde.

36 Dus haalden zij hem. Achab liet een soldaat in vol ornaat komen en zond hem daarheen, en deze vond Imla ergens daarbuiten... Of niet Imla, ik bedoel Micha, liever, de zoon van Imla. Hij was ergens daarbuiten in de rimboe in een kleine hut ergens. Hij zei: "Nu, Micha, bent u de profeet Micha?"

     Hij zei: "Dat ben ik."

     Zei: "Weet u dat u geëerd gaat worden?"

     "O, zal ik dat?" God had tot nog toe niet tot hem gesproken, weet u. Dus hij zei: "Zal ik dat?"

     "Ja, ja, u zult worden uitgenodigd naar een vergadering van geestelijken die elkaar zullen gaan ontmoeten. En zij hebben daar allen een ontmoeting met de koning, en u zult naar het Witte Huis gaan. Ik vertel u, Micha, u zou nooit gedacht hebben dat u ooit zo'n grote eer zou verkrijgen, maar u krijgt het werkelijk. U, een erg kleine, ongeletterde kerel zoals u die hier zit, willen zij toch voor de koning brengen. En zij... de... Nu luister. Weet u waar de grote profetenschool staat, de grote universele organisatie van de predikersvereniging?"

     "Ja," zei hij, "ik ken ze allemaal. Ja, ik ben met hen bekend daarginds."

37 "Wel, weet u, u kent daar zeker wel Zedekia, de belangrijkste hoofdprofeet van hen allen."

     "Ja, ik heb over hem gehoord, ja, zij zeggen dat hij een belangrijk man is."

     "Ja, dat is hij; en ze zeggen dat hij een L.L., Ph.D., D.D.D., Q.S., heeft, al deze dingen, weet u."

     "Ja, dat weet ik."

     "Wel, hij met... ze zijn allemaal eendrachtelijk samengekomen, en baden over iets. Zij vastten en baden. En hij maakte voor zichzelf twee geweldig grote ijzeren horens. Hij is er zeker van dat hij het Woord van de Here heeft." Dus hij zei: "Hij kwam voor de koning staan en nam deze grote horens, en zei: 'Hiermee zult u de Syriërs precies van Gods grondgebied verdrijven, en wij zullen Gods bezitting in bezit gaan nemen. Amen.'"

     Dat is wat wij in onze organisatie dachten. Wij zouden alles terugdrijven en van hen allemaal "Eenheid" maken; we zouden hen allemaal "Drie-eenheid" maken; wij zouden hen allemaal "Assemblies of God" maken; we zouden hen allemaal "Baptisten" of "Methodisten" maken. Maar onze ijzeren horens werken niet. Dat is waar. Dat is waar. Zo doet u dat niet. U duwt hen niet in het rond. Nee. "U zult het terugdrijven en het overnemen en de zaak in bezit nemen."

     Ons organisatiesysteem is goed zolang u de andere kerel niet uitsluit; maar als u de andere broeder uitsluit, bent u verkeerd. Dus dat is wat zij gedaan hebben. Dat is wat organisatie... de hele achtergrond ervan is om de andere kerel buiten te sluiten.

38 Dus dan ontdekken we dat hij zei: "Wel, als heel die predikersvereniging zegt..."

     "Nu, ik ga u wat vertellen, ik heb een woord van die hoofdprofeet. Hij zei: 'U moet hetzelfde zeggen als wat hij zegt.' Als u dat doet, kom dan mee en wij zullen u in de vereniging opnemen. Wij zullen u een van ons maken. We willen u zeggen dat wij u in onze groepen zullen opnemen als u maar dezelfde dingen zegt die hij zegt."

     Maar, broeder, hij zei dat tegen de verkeerde man. Micha zei: "Ik zal alleen spreken wat God spreekt, en dat is alles." Amen. Ik houd daarvan. Ja zeker. "Ik zal alleen spreken wat God zegt."

     Dus uiteindelijk kwamen zij daar aan en verschenen voor de koning. En Micha had de nacht ervoor gebruikt om te zien wat de Here zou zeggen. Dus zij liepen naar de koning toe en hier stond de hele profetenschool er omheen en zij stonden daar allemaal te profeteren. Nu, onthoud, zij waren geen heiden profeten. Zij beleden Jehova's profeten te zijn; maar let nu op.

39 Dus zij bemerkten dat nadat zij al de... Ze hadden allemaal geprofeteerd en gezegd: "Ja, de Here spreekt nog steeds om te gaan. Hij is met u. Neem de stad in."

     Micha keek om zich heen, zei: "Ga erheen; neem de stad in."

     Achab wist dat daar iets fout mee was. Zei: "Hoe dikwijls heb ik u niet moeten bezweren?"

     Hij zei: "Zeker, ga erheen. Neem de stad in, maar", zei hij, "ik zag Israël verstrooid als schapen op de berg die geen herder hebben."

     Dat wekte bij Achab zijn rechtvaardige verontwaardiging op. Hij zei: "Wat zei ik u? Hij zou kwaad gaan profeteren. Alles waarover hij spreekt, is om onze vrouwen te veroordelen over het dragen van shorts [Broeder Branham lacht – Vert] en al deze dingen die hij tegen ons zegt over al onze... Ik wist dat hij altijd wat kwaads over mij zou gaan zeggen. Zodra hij daar aankomt, is dat wat hij zal gaan zeggen." Wat kon hij anders zeggen?

40 Hij zei: "Ik zag de schapen van Israël verstrooid op de heuvel, zoals schapen die geen herder hebben." En, o my, hij wist dat dat zijn dood betekende.

     En hij zei... O, hij kookte daarom, daarom zei hij: "Ik zei u dat hij kwaad zou profeteren!"

     Wel, wat kon hij anders doen? Omdat hij zijn visioen met het Woord van God vergeleek, en hij wist dat het Woord van God had gezegd tot Achab door Elia, die werkelijk de profeet van God was, dat de honden het bloed van oude Achab zouden likken in het veld, of op de wagen, dat de honden Achabs bloed zouden likken. En God was tegen Achab, en hoe kon deze man van God zegenen wat God vervloekt had?

     Hoe kan een prediker in de preekstoel staan en de mensen dingen vertellen die ze doen en ze daar mee door laten gaan zonder er iets over te zeggen? Het is meer dan ik kan zeggen.

41 Weet u, in China is hun grote god daar een oude filosoof die zij Confucius noemen. Confucius is het woord in China. In Amerika is het confusion [verwarring], in plaats van Confucius. O, vroeger was het zo, dat als je een schilderij had... Ik ging enige tijd geleden naar een plaats om te eten (iemand vroeg het mij), en het scheen mij toe dat mijn zoontje Joseph met een paar verfemmers ergens bezig was geweest met verschillende soorten verf en de muur had vol gekladderd. Ik zei: "Hoe kan zo'n mooie plaats als dit zo'n vuiluitziend en vlekkerig ding aan de muur ophangen?"

     O... Ik vroeg het aan de serveerster; ze zei: "Wel, dat... dat is op canvas."

     Ik zei: "Het ziet er beslist uit alsof het ergens ondergespat is onder een ladder waar zij een of ander soort schilderwerk uitvoeren."

     Ze zei: "O, meneer, dat is gemaakt door Zo en zo en Zo en zo." Wel, het leek zelfs helemaal niet op een schilderij. En ze zei... Ik ben vergeten hoeveel honderden dollars dat schilderij aan de muur had gekost.

     "Wel," zei ik, "als het aan mij lag, zou ik zoveel geven om het daar vanaf te halen, omdat ik er helemaal doodsbenauwd van word, je wordt er ziek van als je ernaar kijkt."

42 Weet u, gebruikelijk was zwart, zwart en wit, wit. Als u het samen mengt, krijgt u grijs. Dus dat is gewoon de wijze waarop het is. Zij zijn zo verward. Wat is de scheidslijn tussen goed en fout? Als Methodisten goed zijn, hoe zit het dan met de Baptisten? Als de Presbyterianen goed zijn, hoe zit het dan met de Pinkstermensen? Er is ergens een scheidslijn. Die scheidslijn is Gods Woord. Dat is het Woord. Gods scheidslijn is Zijn Woord. "Laat elk mensenwoord een leugen zijn en het Mijne de Waarheid."

     Dus hoe kunnen wij zegenen wat God heeft vervloekt? Hoe kunt u een man die twee of drie keer getrouwd is een diaken in uw kerken laten zijn? Hoe kunt de vrouwen laten gaan die kort geknipt haar hebben en shorts dragen, en zichzelf helemaal sexy kleden en die op het podium laten komen om piano te spelen, en die op straat lopen en zo rondwandelen, en er niets over zeggen? U kunt het niet stoppen, maar u kunt er iets tegen zeggen. En vijfennegentig procent rookt sigaretten, en gaat tekeer, en drinkt bier.

43 Ik was niet lang geleden in een Bijbelschool, en op het terrein van de universiteit liepen jongedames rond met korte broeken aan, en bierblikjes lagen overal, en predikers lachten en maakten grappen over het Evangelie. Wel, wat kunt u verwachten van de volgende generatie, hoe die zal zijn? Wat zullen zij gaan zijn? Waar is de scheidslijn?

     Ik had vroeger een oude Methodistenvriend, doctor Spurgeon. Hij zong gewoonlijk een lied:

Wij lieten de slagbomen neer;
Wij sloten compromissen met de zonde.
Wij lieten de slagbomen neer,
En de schapen liepen weg,
Maar hoe kwamen de geiten binnen?

     Het gebeurt als u de slagbomen neerlaat, dat is de oorzaak. [In Amerika worden slagbomen uit de houders getild en op de grond gelegd – Vert]

     Weggevoerd door een geweldig idee van een jonge wijsneus daar in de universiteit die er meer over weet dan God Zelf, en u begint daar een leerstelling op te bouwen. Kom terug naar het Woord! Het geeft niet dat u zegt: "Wel, het zegt dit; het doet dat." Het moet heel de tijd door Gods Woord zijn.

     Jezus Christus Dezelfde gisteren, heden en voor immer, niet een dode god; een levende God, niet één die vroeger de zieken genas; Een Die nu de zieken geneest. Wat voor goed doet het om te spreken over een historische God als Hij vandaag niet dezelfde God is? Zeker. Nu, u kunt zich niet warmen bij een geschilderd vuur. Dus als u zegt dat iets eens gebeurde, dan moeten wij dat iets nu hebben. En diezelfde God leeft nog steeds, Hij geneest nog steeds, Hij redt nog steeds, Hij geeft nog steeds de Heilige Geest. En Hij... En Hij is dezelfde Jezus Christus, gisteren, vandaag, en voor immer.

44 Nu ziet u dus dat Micha zijn geloof eerst op zijn visioen had gebaseerd, en daarna nam hij zijn visioen en vergeleek het met het Woord van God. Toen wist hij dat hij juist was. En nu is dat de manier waarop wij het behoorden te doen. Als onze theologie het Woord van God zal nemen en onze... de dingen die wij doen, en het sluit aan bij de Bijbel, compleet bij de Bijbel, dan is het goed. En als u dat doet, dan zult u goed uitkomen. Maar als het niet aansluit, laat het gaan. God zal alleen zegenen wat Hij zei dat Hij zou zegenen.

     Nu, wij ontdekken dat Achab een vervloekte persoon was omdat de profeet... En hij zei: "Ik... laatst in mijn visioen..." Hij zei dat toen hij een visioen zag, hij God zag zitten op de troon. En hij zei dat de hemelse legerscharen aan Zijn rechterzijde en aan Zijn linkerzijde stonden, en zij moesten een raadsvergadering hebben gehouden. En Hij zei: "Wie kunnen wij naar beneden sturen en Achab verleiden (onthoud dat nu), Achab verleiden, en hem daarheen naar dat veld brengen zodat hij gedood kan worden, om het woord van Elia te vervullen?" Glorie, halleluja! Hoe God achter Zijn Woord staat!

45 Dat was een profeet die dat zei; maar Jezus zei: "Als gij tot deze berg zegt 'word bewogen' en niet twijfelt, maar gelooft dat wat gij zegt, zal komen te geschieden, dan kunt u hebben wat u zegt", wanneer u weet dat het het Woord van de Here is dat spreekt. Dat is waarom ik tegen die vrouw kon zeggen, die die grote tumor had, aan de dame hier vanavond met de kanker, de verschillenden... Omdat het ten eerste een visioen is. Het komt met het Woord overeen. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor immer. Daar is het visioen; dan gebeurt het. Het is ZO SPREEKT DE HERE, en het moet gebeuren. Niets kan het stoppen. Zie?

     Nu was het een lange tijd geleden dat Elia deze profetie uitsprak. Hij was allang in glorie. Maar hij had deze profetie uitgesproken en hij wist dat het zou komen te geschieden. En ook wist Micha dat Elia een man van God was, en hier was God daarboven in de hemel een raadsvergadering aan het houden hoe het woord van Elia in vervulling kon gaan. En als u het Woord van de Here heeft, en het Woord van de Here zult spreken, en niet twijfelt aan het Woord van de Here, dan zal God een raadsvergadering houden om uw woord te laten geschieden; omdat het niet uw woord is, het is Zijn Woord. Het is Zijn Woord als het ZO SPREEKT DE HERE is, als het werkelijk ZO SPREEKT DE HERE is.

46 Let op! Nu, zij hadden de vergadering. En toen kwam er een geest op – hij moet van de lagere regionen zijn gekomen – die zich ongetwijfeld neerboog en zei: "God, ik zal.. ik weet hoe wij het zullen doen."

     Zei: "Wat is uw plan?"

     Zei: "Ik zal naar beneden gaan en in al deze predikers gaan en maken dat zij een leugen profeteren, omdat zij hoe dan ook de Schrift niet kennen." Daarom zei hij: "Ik zal naar beneden gaan en hen een leugen laten profeteren. En daardoor zullen wij hem doen opstaan en hem daar vandaan krijgen, en dan kunt U hem daar laten doden om Elia's woord te vervullen."

     Toen zei Hij: "U zult... u bent... U zult hem overtuigen."

47 En toen hij dat dus gezegd had... Nu kunt u zich voorstellen wat die bisschop dacht, toen die kleine onbetekenende prediker die daar stond een dergelijk woord zei. Hij liep recht op hem af en sloeg hem pal op zijn mond. En hij zei: "Waar ging de Geest van God heen toen Hij mij verliet?"

     Hij zei: "U zult het op een dag zien als u daar opgesloten zult zitten." Elia had het geprofeteerd en Micha's visioen kwam overeen met het Woord van God.

     Nu, als uw geloof zegt... Hoe velen geloven dat er zoiets als Goddelijke genezing is door Christus? Steek uw handen op. Goed, hoe velen geloven dat u vanavond gezond gemaakt kunt worden? Steek uw handen op. Wel, daar is... daar is uw openbaring die overeenstemt met het Woord van God. Dan móet het komen te geschieden. Amen. Hij is... Hij moet het doen als u het werkelijk gelooft. Heb nu geen namaakgeloof. Hij zal het niet weg bluffen. Satan zal het niet weg bluffen, maar u zult het juiste moeten hebben.

48 Tien dagen nadat Jezus de discipelen de kracht had gegeven om duivelen uit te werpen, ontdekken wij hen daar verslagen bij een epileptisch geval. En ik kan me indenken dat een van hen, Andreas, zei: "Nu, hier is de manier waarop ik het in Filippi heb gedaan. Hier is het. Kom daaruit, duivel! Kom daaruit, duivel!" Nee, hij wilde er niet uitkomen.

     Petrus zei: "Jullie weten niet hoe je het moet doen. Hier is de manier waarop wij het in Kapernaüm doen. Laat mij het aan jullie laten zien hoe je het moet doen. Houd hem zo vast, zeg: 'Weet je wie ik ben? Ik ben Simon Petrus. Kom eruit!'" De duivel bleef gewoon doorgaan.

     Dus na een tijdje keek de vader op, en hier kwam Jezus aanwandelen. Hij zei: "Here, ik bracht mijn kind naar Uw dienstknechten toe en zij konden niets voor hem doen." Zei...

     Jezus zei: "Ik kan het, als u kunt geloven."

     Hij zei: "Ik... Here, help mijn ongeloof." Zei: "Ik geloof."

     Toen Jezus daar aan kwam wandelen, was dat alles wat Hij hoefde te doen. Die duivel wist dat er behalve een man nog iets kwam aanlopen. Zie? Dus toen alles voorbij was, verliet de duivel het kind. En nadat het over was, riepen de discipelen Jezus terzijde en zeiden: "Waarom konden wij het niet? Nam U de kracht van ons weg?"

     Hij zei: "Nee."

     Ik kan u tonen waar Hij u de kracht gaf, maar ik kan u niet laten zien waar Hij het wegnam. Het is er nog steeds. U bent alleen bevreesd om het te gebruiken. Zie?

     Zeiden: "Is... Waarom konden wij hem niet uitdrijven?"

     Jezus zei... Nu, Hij zei niet: "Omdat Ik de kracht terugnam." Hij zei: "Het kwam door jullie ongeloof." Dat is het. Ziet u? Dat is het, omdat u het niet gelooft.

49 Nu, Micha had geen geloof kunnen hebben tenzij zijn visioen zou hebben overeengestemd met het Woord van God. Dat is de manier, toen ik sprak over Abraham en zijn zaad na hem. De enige manier waarop ik geloof kan hebben in dat visioen van mij, is omdat het exact het Woord van God is. En dan heb je geloof: "Ik geloof dat het zo is." Als God het heeft gezegd, en Hij het door Zijn Woord beloofde, en wij leven in deze dag, dan loopt Hij precies op schema. Ja zeker. Er is niets dat het zal gaan stoppen; het gaat regelrecht door. En dat is vanavond de reden dat ik geloof dat wij leven in de schaduwen van de tijd, vlak voor...

     Een prediker hier gisteren... De jongen is hier vanavond niet. Hij is een Baptist en had allerlei graden. En zij... zijn kerk zette hem eruit, en zijn familie stuurde hem naar het krankzinnigengesticht, hem en zijn vrouw. Hij was hier gisteravond... [Leeg gedeelte op de band – Vert] Ik ben het helemaal met de broeder eens.

50 En hoe het gaat... het komt nooit naar de geweldig grote geestelijken toe. Het beweegt zich regelrecht – zoals bij Jezus, zoals bij de profeten, zoals bij de anderen... De hele weg door zijn het de arme mensen. En het gebeurt, en het is voorbij. En zij zeggen: "Wel, wat is er gebeurd? Ik wist het niet." Zeker. Hij openbaart het aan degenen die naar Hem uitzien, degenen die willen stilzitten en een poosje willen luisteren, die hun eigen gedachten opzij zetten en datgene wat ze horen, zullen vergelijken met het Woord van God.

     Nu, als Achab even was gaan zitten, of als deze hogepriester, of enige van deze profeten zouden zijn gaan zitten en het zouden hebben vergeleken... Niet wat goed leek. Het leek alsof dat tot Israël behoorde. Maar het gaat er niet om waar het op lijkt; het is wat God erover gezegd heeft. Zie? Als zij zouden zijn gaan zitten en het zouden hebben vergeleken...

     Het lijkt erop dat wij onze scholen en onze kerken zo hoog opgeleid behoren te hebben, met Ph.D. en L.L.D.; en dat we de grootste, fijnste gebouwen van de wereld behoren te hebben; en dat we al dit lezen, schrijven en rekenen behoren te onderwijzen. Maar dat is niet wat God zei. Hij zei nooit dat we moeten heengaan om de mensen op te leiden. Dat is in orde. Ik ben nu niet mijn onwetendheid aan het aanbevelen, of om daarop te steunen. Maar kijk. Ik zeg dit: onderwijs is goed, maar het zal nooit de plaats van redding innemen. Zie?

51 O, balspelen en pret maken, enzovoort, dat is prima; maar het behoort niet in de gemeente. In de gemeente willen we Christus hebben, niet een vorm van Christus, of een schilderij van Christus, of een dode Christus, of een tombe van Christus. Wij willen een verrezen Christus Die levend onder ons is, Zichzelf bewijzend dat Hij Dezelfde is, gisteren, vandaag en voor immer. Dat is wat de gemeente wil, wat zij behoorden te willen. Het hangt ervan af wat hun smaak is (zie?), of zij het wel of niet willen ontvangen.

     Nu, hij vergeleek zijn visioen toen met wat het Woord van God had gezegd. En hij stond daar vlak voor de twee naties en vertelde het hun. Hij zei: "U komt niet terug. U zult op dat grondgebied sterven!"

     En weet u wat Achab zei? Zei: "Neem deze kerel mee en vertel de burgemeester van de stad om hem in de gevangenis te gooien, en hem te voeden met brood der bedruktheid en water der bedruktheid. En als ik in vrede terugkeer," zei hij, "dan zal ik hem wel krijgen, als ik terug ben."

     Weet u wat Micha zei? Hij keerde zich om, keek naar hem en zei: "En als u al terugkeert, heeft de Here niet tot mij gesproken." O, hij wist waar hij stond. Dat is de manier waarop iedereen het zou moeten doen.

52 Dat is wat de kleine dame deed voor haar kindje, toen zij zo zeker was dat, als ik ervoor bad... Dat is wat de dame met de grote tumor daar achter deed, toen ze daar achterin lag... Het maakte niet uit wat zij ervoor moest doen... hoe zij erdoor heen moest ploegen, door het dak heen moest komen, of wat dan ook, als zij er maar kon komen. Dat is alles wat zij wilde, want het was haar geloof. Het stemde overeen met het Woord van God, en zij wist dat Jezus Christus nog steeds leeft. Daarom had zij geloof en het gebeurde.

     Nu, wij vinden dat Mi... dat alles wat Micha had gezegd, of wat Micha zei, precies zo gebeurde. En iedere profeet gedurende het tijdperk – we gaan nu sluiten – die ooit iets met God heeft gedaan gedurende het tijdperk, nam Gods Woord als uitgangspunt. Nu, zij bewogen zich niet bij het Woord vandaan. Ongeacht hoe de omstandigheden eruit zagen, zij weken niet af van het Woord.

53 Noach. God vertelde Noach dat het zou gaan regenen. Noach bewoog zich daar nooit bij vandaan. Hij bleef er precies bij. Het gaf niet... Misschien dat de wetenschap die zij hadden er meer van wist dan wij nu. Want ze konden toen dingen bouwen en dingen doen die wij nu, met de wetenschap van deze wereld, niet kunnen. Zij bouwden piramiden en de sfinx, enzovoort, die wij niet op die manier zouden kunnen produceren. Maar hij zei: "Waar komt die regen vandaan?"

     Noach kon hun dat niet vertellen. Hij kon hun vraag niet beantwoorden, maar hij wist dat God tot hem gesproken had; daarom bleef hij precies bij het Woord staan. Hij zei: "God heeft het gezegd." Zie?

     Abraham kon niet zeggen toen hij honderd jaar oud was hoe hij een baby zou krijgen bij Sara, die negentig was. "Hoe zult u...? Bewijs het aan mij. Hier is zij, oud, haar schoot is opgedroogd en vergaan. Wel, u heeft zelfs gedurende twintig jaar geen gezinsverhouding meer gehad, en hier zegt u dat u een baby zult krijgen. Hoe zult u dat gaan doen?"

     "Ik weet het niet."

     "Wel, hoe weet u dat u hem zult krijgen?"

     "God zei het." Nu, dat zet het vast. Blijf precies bij het Woord. Alle ware profeten bleven bij het Woord. Soms bracht het hen in moeilijkheden. Meestal gebeurt dat, maar het is altijd de waarheid.

54 De Hebreeënkinderen zeiden: "Onze God is in staat ons te bevrijden uit die vurige oven, maar wij zullen niet gaan buigen voor iets anders, dat is één ding dat zeker is. Wij zouden liever verbrand worden dan het terugnemen." Dus het kostte hun wat uren van gebed die nacht, en daar in de vurige oven de volgende morgen; maar toen zij daarin stonden, hadden zij een conversatie met iemand die op de Zoon van God leek. Zie? Maar zij bleven bij het Woord staan.

Daniël zei: "Het maakt mij niet uit hoeveel bekendmakingen u uitgeeft. Ik heb een gewoonte om naar het raam te gaan en het omhoog te doen om naar het oosten tot mijn God te bidden." Het kostte hem een nacht in de leeuwenkuil, maar hij bleef bij het Woord staan. Dat is juist. Hij kwam eruit. God draagt altijd zorg voor Zijn Woord. Ja.

55 Toen David daar die keer voor Saul verscheen en hoorde dat die grote, oude Goliath eraan kwam, die zei: "De dagen van wonderen zijn voorbij. Er is niet zoiets." [Broeder Branham lacht – Vert] Zie? Nou, nee, dat was de 1961 versie ervan. Neem mij niet kwalijk. Ik zal teruggaan. Hij zei: "Laat iemand van u hier komen en mij bevechten." Dus hij zei...

     En Saul die daar met hoofd en schouders boven zijn leger uitstak, zei: "Wel," zei hij, "ik vertel u dat dit een slechte zaak is. Die man, jongen, hij zal... Kijk naar zijn gewicht. Hij heeft een... Wel, zijn vingers zijn wel 35 cm lang." Wel, wat... Dat is wat de Bijbel zei. En hij had een speer als een weversboom, misschien zo lang als deze zaal breed is. En hij zei: "Wel, wie zou daar ooit heen kunnen gaan om zo'n kerel te bevechten?"

     En hier komt een kleine oude... En heel het leger deinsde terug. De Israëlieten, weet u, werden verondersteld Godvrezende mensen te zijn, maar ze deinsden terug. En ze zeiden: "O my. O, dat kunnen we niet. My, niemand zou die kerel kunnen aanraken."

56 Hij zei: "Ik vertel u wat ik zal doen. Het is niet noodzakelijk om zoveel bloed te vergieten." Zei: "Laat gewoon een van u hierheen komen en mij bevechten, en om het even wie... Als u mij doodt, dan zullen onze legers u dienen." Zie, dat is de manier waarvan de duivel houdt, om te snoeven, als hij denkt dat hij een voorsprong op u heeft. Zie?

     Dus op een dag zei hij dat een keer teveel. Daar stond een armoedig klein kereltje met misschien gebogen schouders, nog maar een kind, met een schapenvacht om zich heen geslagen, op die manier, en een slinger in zijn hand.

     En Goliath kwam eraan en zei: "Jullie allemaal die daar beweren Christenen te zijn (weet u, zo ging het maar door), wel, kom hierheen en laat maar zien waar jullie het over hebben."

     David zei: "Willen jullie mij vertellen dat jullie daar kunnen staan en die onbesneden Filistijn de legerscharen van de levende God laat uitdagen?"

     En zijn broer zei: "Nu word je ondeugend. Ik zal papa over jou vertellen als je naar huis gaat. Dat zal ik gaan doen. Nu, je probeert op te scheppen."

     Zei: "Ik probeer niet op te scheppen, maar er is een crisis gaande." Zei: "Er is iets gaande. Die man daagt de legerscharen van de levende God uit."

57 Zij brachten hem naar Saul. En ik veronderstel dat Saul zei: "Ik bewonder jouw moed, zoon, maar", zei, "o my. Wel, je bent nog maar een kind, en hij is een strijder geweest vanaf zijn jeugd. Jij weet niet hoe je een zwaard of zoiets moet hanteren."

     Hij zei: "Maar kijk, ik heb wel eens enige ervaring opgedaan. Er kwam een leeuw aan en ik hoedde de schapen. Er kwam een leeuw aan, pakte een van mijn vaders schapen, en ik doodde hem." En zei: "Toen kwam er een beer aan die er een pakte. Ik doodde hem." En zei: "Hoeveel temeer zal God dan die onbesneden Filistijn geven..." Zie? Zei: "Een leeuw nam een van mijn vaders schapen en liep ermee weg." En zei: "Toen hij dat deed, ging ik achter dat schaap aan en bracht het terug."

     Ik houd van die moed, u niet? Weet u wat? Er zijn veel van u schapen daarbuiten, er is geen leeuw, maar een kanker of een tumor of een duivel greep u, en ging er met u vandoor. Wij komen vanavond (dat is juist) om Vaders schapen terug te brengen. U moet gereed zijn om uzelf over te geven. De Christus van God is hier. Hij zal u direct weer veilig naar gezondheid terugbrengen. Ziekten, aanvechtingen, hebben u te pakken gekregen, gisteravond in de rolstoelen, enzovoort, en wat dies meer zij. Zie? Aanvechtingen grijpen u aan, maar Vader is hier om u te bevrijden, de Heilige Geest.

58 David zei... "O", zei hij, "nu zul je wat theologische scholing nodig hebben voordat je daarheen gaat om dat te doen, weet je." Dus hij zei: "Je kunt maar liever mijn kennis nemen want het zal..." Daarom trok hij hem zijn grote wapenuitrusting aan, en arme kleine David plofte neer op de grond. Hij ontdekte dat het kerkelijke vest van Saul een man van God niet paste, daarom wilde hij geen enkele van zijn denominatiepapieren.

     Dus zei hij: "Haal dat ding van mij af. Dat heb ik nooit uitgeprobeerd. Ik weet er niets over, maar hier weet ik iets over." Hij zei: "Laat mij gaan met datgene waar ik vertrouwen in heb." En hij nam die kleine slinger en ging er op af. En God bestuurde die steen en sloeg die reus. Waarom? Hij bleef staan met God! Hij bleef staan op zijn overtuiging! Dat is waar. Iedere getrouwe...

59 Toen Petrus en Johannes de Schone Poort passeerden, door God opgedragen om voor de zieken te bidden, lag daar een man die vanaf zijn moeders schoot kreupel was geweest. Hij zei: "Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, geef ik aan u."

     Zei: "Wat heeft u?"

     "Ik heb geloof in Jezus Christus. Heeft u het ook?"

     "Ja meneer."

     "Sta dan op uw voeten." Amen. Hier gaat hij. Zij hielpen hem omhoog. Hij was aan het wiebelen, waggelen. Ze hielden hem vast en gelijk begon het een beetje beter te gaan, en hier ging hij lopend verder door. Bleef erbij; hij bleef bij Zijn opdracht! Hij bleef bij het Woord!

     Toen Jezus hier op aarde was, de grootste van allen... Er was er nooit één zoals Hij, en er zal er nooit een zijn. Maar toen Jezus hier op aarde was, bleef Hij bij het Woord. Hij versloeg de duivel met het Woord van God. De duivel zei... hij verzocht Hem, en zei: "Wel, U weet dat er geschreven staat; nu..."

     Hij zei: "Ja, er staat ook geschreven..."

     Hij zei: "Wel, U weet dat ik een theoloog ben."

     Hij zei: "Ja, dat ben Ik ook."

     Zei: "Wel, er staat geschreven dat hij zijn engelen opdracht over U zal geven, dat wanneer U op enige tijd Uw voet stoot tegen..."

     "Ja", zei Hij, "er staat ook geschreven dat gij de Here Uw God niet zult verzoeken. Dus ga achter Mij." Toen ging hij weg. Zie, het Woord van God...

60 Alle ware profeten, alle ware Christenen, alle ware gelovigen, blijf bij dat Woord. Ongeacht wat iemand zegt, blijft u precies bij het Woord. Ze zeggen dat de dagen van wonderen voorbij zijn. Gelooft u dat niet, want de Bijbel zei dat Hij Dezelfde is, gisteren, heden en voor immer.

     "Welzeker", zegt u, "wij geloven dat." Wel, als Hij Dezelfde is, dan zal Hij eender hándelen. Hij zal hetzelfde dóen. Als dat... Wat voor goed zou het mij doen om hier te staan en dat te prediken als God niet zou neerkomen en zeggen dat het zo is? Nu, u kunt niet zeggen dat het niet het Woord van God is. Want het ís het Woord van God. Hier zijn getuigenissen van anderen die het bewezen hebben. Gelooft u het vanavond met uw hele hart? U gelooft het met uw gehele hart? Laat ons dan onze hoofden voor een ogenblik buigen.

61 Onze hemelse Vader, ik heb nu net de bladzijden van de Bijbel omgeslagen. Dat is het geschreven Woord. Nu willen wij het Woord dat vleesgemaakt werd en onder ons woonde. Mag Hij nu in Persoon binnenkomen en ons Zijn goedheid en Zijn genade tonen. Mag Hij aan ons Zijn opstanding tonen. Mag Hij Zijn kracht tonen dat Hij nog steeds Dezelfde is. Nu zijn wij slechts een gering volk, vervolgde, uitgelachen mensen. En zo is het altijd geweest.

     En wij houden ervan om vanavond met Paulus te staan en te zeggen: "De weg die zij ketterij (gek) noemen, dat is de wijze waarop ik de God van onze vaderen aanbid."

     En nu, Here, leven wij in deze grote dag waarvan geprofeteerd werd dat er ongeloof aan elke kant zou zijn. Wij hebben er een overvloed van. De wereld is er gewoon in verstikt in dit Laodicea-gemeentetijdperk, terwijl zelfs Uw eigen gemeente een aanstoot aan U heeft genomen en terugkeerde, en achter de dingen van de wereld is aangegaan. De gemeente zou, zoals het vanavond is, beter af geweest zijn als Jezus veertig jaar geleden gekomen zou zijn, omdat ze in alle soorten toestanden en tradities uiteengevallen is. En jonge predikers komen op uit de seminaries met hun eigen gedachten en dingen, en slaan totaal geen acht op de Bijbel, en gebruiken tradities enzovoort. En zij hebben het besmeurd zoals zij dat altijd hebben gedaan.

62 God, U blijft nog steeds Dezelfde zoals U vroeger was in de dagen van de profeten. U bent vandaag dezelfde God. Ik bid, Vader, dat U Zichzelf wilt manifesteren zodat de mensen het zullen weten.

     Nu, prediking... de wereld is bijna dood gepredikt. De arme mensen weten niet wat ze moeten geloven. Ze lopen van hier naar daar. Precies zoals U gezegd heb dat er in de laatste dagen een hongersnood zou komen, niet om brood alleen, maar om het ware Woord van God te horen. En terwijl die tijd nu nadert, Here, U zei daarover dat zij van het oosten naar het westen zouden gaan, en van het noorden naar het zuiden, zoekende het Woord van God. Nu, Vader, het is nu werkelijk zo, ik hoorde mensen zeggen dat zij vijftig kilometer blootvoets over keien zouden willen lopen om in een andere, goede geestelijke samenkomst te komen zoals zij veertig jaar geleden hadden. Maar, o God, waar vinden ze die? Ze zijn in een heleboel door mensen gemaakte dogma's terechtgekomen.

     Maar, Here, U beloofde dat het op die wijze zou zijn. Wij zien U in het Laodicea-gemeentetijdperk. U werd Uw kerk uitgeduwd; het enige tijdperk waarop zij U uit Uw eigen kerk zetten... en U was op de deur aan het kloppen. "Als iemand dorst heeft, zal Ik opendoen en binnenkomen." Vader, ik bid dat hier vanavond vele dorstige zielen zullen zijn die zullen dorsten. "Gezegend zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden." Nu, wij als Uw gemeente onderwerpen onszelf aan U. Wilt U met ons handelen zoals U met Uw kinderen handelt? Wij bidden in Jezus' Naam. Amen.

63 Waar is Billy? Werden er vandaag gebedskaarten uitgegeven? Vergeet het. Wel, laten we ze niet gebruiken. Laat God vanavond uw gebedskaart zijn. Ik voel mij geleid om dit te doen. Voordat wij... [Iemand praat met broeder Branham – Vert] Ja, dit zijn doekjes waarover wij zullen bidden overeenkomstig Handelingen 19; in 19:11 ontdekken we het. Nu, hoe velen hier hebben geen gebedskaart? Steek uw handen op; u heeft geen gebedskaart en u bent ziek? Wel, hoeveel hebben er dan gebedskaarten? Steek uw handen op. O my. Een, twee... Ik veronderstel dat er niet meer dan dertig zijn met gebedskaarten, en ongeveer driehonderd die ziek zijn. Goed, de meerderheid is dus aan de andere kant. Laten we de gebedskaarten vasthouden tot een andere avond.

     Laten we dit zeggen. Als God, God blijft... En vergeef mij voor het maken van die heiligschennende opmerking. God ís God. En als Hij God is, blijft Zijn Woord steeds hetzelfde. En de Bijbel zegt dat u door Zijn striemen genezen werd. Als die Here Jezus vanavond zou willen komen... Wat Hij zou willen, en het zou in de eindtijd zijn, wij weten dat. Maar als Hij hier vanavond zou verschijnen en hier op dit podium stond, zoals u mij ziet staan, en u komt tot Hem en zegt: "Here, wilt U mij genezen?" dan zou Hij het niet kunnen. Hij zou Zijn eigen wet trotseren. Zie?

     Hij zou zeggen: "Ik heb het reeds gedaan." Door Zijn striemen werden wij genezen. Hij zou het min of meer tegen u houden als u het niet gelooft, maar Hij zou het, Hij zou... Door Zijn striemen werd u genezen.

64 Nu, hoeveel waren er hier en hoorden afgelopen zondagavond prediken over het zaad van Abraham, en hoe dat...? Hebt u dat gehoord, enzovoort?

     Nu, toen Jezus hier op aarde was... Laten we zien wat Hij hier op aarde was. Ik veronderstel dat toen Hij hier op aarde was, Hij gebedsrijen had, zeker. Maar vele keren stond Hij daar, keek uit over het gehoor, en vertelde het de mensen. Is dat waar? Hoeveel weten er door het lezen van de Schrift dat dat het Messiaanse teken was? Hoeveel lezers van de Schrift, van de Bijbel, weten dat? Meent u dat er hier vanavond maar zo weinig Bijbellezers zijn die dat weten? Ongeveer één derde van de mensen stak hun handen op. Hoeveel Pinkstermensen zijn hier vanavond? Steek uw handen op. Schaamt u zich, of uw voorganger, de een of de ander. Weten niet wat het teken van de Messias was?

     Wat zei Mozes over wat de Messias zou zijn? "De Here uw God zal (een leraar?) een proféet opwekken zoals ik." En toen zij zagen...

     En God zei: "Als er een profeet is, en hij doet het teken van de profeet, en het komt te geschieden, geloof hem dan, omdat Ik het ben... Ik ben het. Nu, dat is Mijn Woord. Maar als het niet gebeurt, geloof hem dan niet."

65 Nu, toen Jezus op aarde was, was de manier waarop Hij bewees dat Hijzelf de Messias was... Nu wil ik enige van u Pinkstermensen dit tonen. Kijk naar die Samaritaanse vrouw. Nu, hoelang u ook in Pinksteren bent geweest, deze slecht bekendstaande Samaritaanse vrouw wist toch meer over de Bijbel toen zij Jezus zag dan u. Want toen Jezus tot haar sprak en zei: "Vrouw, ga uw man halen", zei ze: "Ik heb er geen." Ze zei...

     Hij zei: "Dat is waar. U heeft er... had er vijf, en degene met wie u nu leeft, is de uwe niet; dus heeft u de waarheid verteld."

     En ze zei: "Meneer, ik bemerk dat U een profeet bent. Wij weten dat als de Messias komt, Hij ons deze dingen zal vertellen." Zij wist dat dat het teken van de Messias was. Zie?

     En Hij zei: "Ik ben het Die tot u spreek."

     Zij rende de stad in. Ze zei: "Kom, zie een Man Die mij de dingen vertelde die ik heb gedaan, is dit niet de ware Messias?" En de Bijbel zei dat die gehele stad in Jezus geloofde omdat die... op het woord van de vrouw. Nu, hoe velen weten dat dat de waarheid is? Zie?

66 Wel, als dat gisteren het teken van de Messias was, dan... U kunt geen enkel Schriftgedeelte vinden waar Hij dat voor de heidenen deed, of bij de heidenen, omdat het Evangelie nog niet naar de heidenen was gegaan. Maar Hij beloofde dat aan het einde van het heidentijdperk, als de heidenen nu uitzien naar een Messias... Doen wij dat? Wel, als Hij dan verschijnt in een andere vorm dan toen, dan is het niet dezelfde Messias. Daarom moet Hij naar de heidenen komen in dezelfde hoedanigheid.

     En Jezus zei dat Hij dat zou doen. Zei: "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen." En wij ontdekken dat toen de Here in menselijk vlees naar Abraham kwam, de uitverkoren gemeente... Terwijl een moderne Billy Graham en de anderen heengingen en daar in Sodom predikten om Lot en de kerk daaruit te brengen... Maar bij de uitverkoren groep zat de Engel met Zijn rug naar de tent gekeerd en vertelde Sara wat zij in de tent aan het doen was. Is dat waar? En Jezus zei dat hetzelfde plaats zou vinden net voor het komen van de Zoon des mensen.

67 Loop nu niet rond. Zit stil. Wees eerbiedig. Hoe velen daar geloven dat Hij nog steeds dezelfde God is? Goed, bid. Heb gewoon geloof. Twijfel niet; bid.

     En nu, voor de Almachtige God Die mijn Rechter is, bij dit gehoor van mensen die het gekochte van Zijn bloed zijn, ga ik kijken of daar iemand is die ik eigenlijk ken, hier in dit gebouw. Nu, als ik mij niet vergis, zit hier precies aan dit einde deze man en zijn vrouw waarvan ik denk dat ik deze mensen ken. Is dat zo, meneer? En ik denk dat dit onze dierbare broeder is die altijd de bloemen hier brengt. En ik denk dat ik de dame ken die aan het einde zit. En precies daarachter zitten mijn goede vrienden, de volgende twee daarachter, het zijn broeder en zuster Dauch vanuit Ohio. Is dat niet waar? Bent u dat, zuster Dauch, broeder Dauch?

     Nu, die kant op zie ik er geen, en daarlangs... Is dit niet broeder Stricker die hier recht vooraan zit, is dat zo? Precies hier met het gele shirt aan? Is uw...? Nee. En ik weet dat broeder Stricker hier ergens is omdat ik hem vandaag zag, maar ik weet niet waar hij gebleven is, en... o ja, helemaal achteraan in de hoek, helemaal achteraan. Wel, alleen om het te zien, ik veronderstel dat dat allen in het gehoor zijn die ik ken.

68 Nu, u bidt, en u gelooft, en u zegt dit: "Here Jezus, ik weet dat de man daar vooraan gewoon een man is. (Zie?) Maar ik geloof dat wij in de laatste dagen leven. En hier zit ik en ik ben ziek. En de Bijbel zegt mij dat U een Hogepriester bent Die ik kan aanraken door het voelen van mijn zwakheden." Wilt u hier allemaal mee instemmen? Dat is de Bijbel.

     Welnu, toen die Hogepriester hier op aarde was, raakte een vrouw op een dag Zijn kleed aan. En zij zei: "Als ik slechts Zijn kleed kan aanraken, zal ik gezond worden." Toen raakte zij Hem aan, en ging heen, ging ergens zitten, misschien net zoals u daar, of zij stond rechtop, wat het ook was.

     Jezus keerde Zich om en zei: "Wie raakte Mij aan? Wie raakte Mij aan?" En Petrus berispte Hem en zei dat iedereen Hem aanraakte. Maar Hij zei: "Ik bemerk dat Ik zwak geworden ben. Er is kracht van Mij uitgegaan." En Hij keek om Zich heen over het gehoor totdat Hij de vrouw gevonden had, en vertelde haar over haar bloedvloeiing, en zei tegen haar dat haar geloof haar gered had. Is dat juist? Hoe velen weten dat Jezus dat deed? Zeg: "Amen."

     Wel, hoeveel zijn er die weten dat de Bijbel zei dat Hij Dezelfde is, gisteren, heden en voor immer? Amen. Dan zegt de Bijbel dat nu precies – op dit ogenblik – Hij uw Hogepriester is Die aan de rechterhand van de Majesteit zit, bemiddeling doende op uw belijdenis; en Hij is een Hogepriester Die nú kan worden aangeraakt door het voelen van uw zwakheden. Zeg: "Amen." Goed.

69 Nu, u moet alleen... Ik geef mijzelf over. Het is een gave. Ja zeker, een gave van God, en het zal zonder u niet werken. U bent degene die het geloof moet hebben. Kijk. Voor de Romein die in de rechtszaal een vod om Zijn hoofd bond en een stok nam en Hem ermee op Zijn hoofd sloeg en zei: "Als jij een profeet bent, vertel ons wie jou sloeg", deed Jezus Zijn mond nooit open. Hij ervoer niet de geringste kracht, deze Romeinse soldaat.

     Jezus Die daar stond, met spuug over Zijn hele gelaat en baard, bloedend, een vod zo om Zijn gelaat gewonden, en een Romeinse soldaat die daar stond, halfdronken misschien... met een rietstok, zeggend: "Hé, zij zeggen mij dat jij een profeet bent, jij kan de gedachten van het hart onderscheiden. Vertel ons wie jou sloeg. Vertel mij wie jou sloeg, en ik zal je geloven." Hij deed helemaal niets.

     Toen Satan zei: "Als Gij de Zoon van God zijt, verricht hier precies een wonder. Laat mij zien dat U het doet. Laat mij het U zien doen. Verricht een wonder en ik zal U geloven." Toen zei Hij: "Ga achter Mij, Satan."

     U heeft hen vandaag hetzelfde horen zeggen: "Laat mij zien dat deze Goddelijke genezers dit doen." Welzeker. Zeker. "Ga achter mij, Satan."

70 Jezus blijft eender. Wij houden onze ogen op Jezus gericht, niet op critici, op Jezus. U richt uw ogen op Christus... Christus, u wilt de critici niet zien. Blijf gewoon doorgaan. Ik weet dat Hij Dezelfde is. Wat mij betreft, is Hij is mijn God. Dat is waar, mijn Redder.

     Nu, bidt u, u daar, en laten we zien. Als Hij hetzelfde zal doen voor al u nieuwkomers hier vanavond die nooit hiervoor in de samenkomsten zijn geweest, zal het dan maken dat u gelooft? Steek uw handen op en zeg: "Ik geloof." Ongeveer drie handen. Dat is waarom Amerika in haar nalezing is. Ongeveer tweederde van de groep zei een poosje geleden dat zij nieuwkomers waren. Ik zei: "Hoeveel zullen er geloven, als Christus hier zal verschijnen en hetzelfde zal doen zoals Hij deed toen Hij hier leefde?" Drie handen gingen omhoog. Nu kunt u zien waarom het op de banden staat en wat de profetieën zeggen. Zie? Goed. Evenwel u, echte gelovigen, begin te geloven, begin te denken, begin te bidden. Het maakt dat ik dingen zeg die ik niet wil zeggen, en het hindert mij.

71 Hemelse Vader, ik bid dat U genadig wilt zijn, God. Ik weet het niet, maar als het misschien niet Uw wil is, dan, Vader, zal het natuurlijk niet gebeuren. Maar ik bid dat U het wilt toestaan, opdat deze mensen mogen weten dat ik heb gesproken over U. Spreekt U dat ik de waarheid vertel, Here, laat het terugkomen. Ik weet dat U hier bent. Wel, zonder een schaduw van twijfel, Here, weet ik dat U hier precies aanwezig bent, en ik bid dat U het zult toestaan.

     Ik heb hard gepredikt en de mensen bestraft en hun verteld over hun ongeloof, en ongeacht hoeveel ze naar de kerk gaan, en hoeveel zij zingen, hoeveel zij dansen, en wat zij ook maar deden, Here, tenzij zij gelovigen zijn, dat zij verloren zijn. En ik bid, Here, dat U vanavond zult laten weten dat het de waarheid is. Ongeloof is de enige zonde die wij hebben, en ik bid, Vader, dat U het bekend zult maken.

     Laat hen niet op hun eigen gerechtigheid vertrouwen. Deze Farizeeën en priesters waren zo rechtvaardig als ze maar konden zijn, dus... Zij deden helemaal geen kwaad, zouden geen kwaad woord spreken, zouden niemand uitschelden of zoiets. En U vertelde hun dat zij van hun vader de duivel waren omdat zij U niet geloofden en wisten dat U de Messias was. Vader, hiermee, ziende dat Uw zelfde Geest komt en het vanavond doet, roep ik hetzelfde uit. Sta mij bij, Here. Ik ben Uw dienstknecht. In Jezus' Naam vertrouw ik mijzelf met dit gehoor aan U toe. Ga door dit gehoor heen, Here, en haal ze eruit. Geef hun geloof en laat hen U vanavond aanraken met hun ziekten en hun problemen. En bewijst U dat U God bent. En spreek, Here. Wij wachten op U in Jezus' Naam. Amen.

72 Ik weet dat Hij hier is. [Broeder Branham pauzeert – Vert] Dank U, Here. Die man, een gekleurde man die hier aan mijn rechterkant zit, zit daar te bidden, aan het einde van de rij, zult u met heel uw hart gaan geloven, meneer? [Geen reactie.]

     De vrouw met suikerziekte die daar zit, de tweede daar in de rij kijkt naar mij; gelooft u dat God u wil genezen en u gezond maken van de diabetes? die daar precies zit en recht naar mij kijkt? Als u het zult geloven, kunt u het hebben.

     Wat met u, eerwaarde? Hoe denkt u erover? Denkt u dat God kan maken... deze geestelijke problemen van u weg kan nemen, en maken dat u gelooft? Goed, u kunt dan hebben waarvoor u vraagt. God zegene u. Wat raakte hij aan?

73 Deze dame die hier recht vooraan, aan het einde van de rij zit, gekleurde dame met kanker, zit daar recht vooraan, denkt u dat God u gezond wil maken, dame? Heeft u een gebedskaart? U heeft er geen nodig. U bent genezen. U behoorde precies daar geantwoord te hebben, dame. U miste het.

     Hier, een tamelijk zwaargebouwde vrouw die hier naar me zit te kijken, precies hier, draagt een bril, haar naar achteren, heeft een vrouwenkwaal, zit daar te bidden, gelooft u dat God u zal genezen, dame? Gelooft u het met heel uw hart? Heeft u uw... heeft u een gebedskaart? Wel, u hoeft hem niet te gebruiken. Uw geloof heeft u gezond gemaakt.

     Ik keer mijn rug toe. U heeft het aan deze kant gehoord. Daar is een dame die hier precies zit die hartproblemen heeft, en zij heeft artritis. Precies hier. Mevrouw Brady, sta op. Ik ken de dame niet. Maar zij missen het. Wat is er aan de hand vanavond met dat ongeloof hier? Schaamt u zich.

     Hier, precies daar in de rij van de dame, ongeveer een, twee, drie, vier dames verder, zit een dame die zwakteaanvallen heeft, wat... Mis het niet, zuster. Mevrouw Rice, sta op en aanvaard uw genezing. Amen. Gelooft u het met heel uw hart?

74 Hier zit een dame bij haar in een stervende conditie met een kanker, zit op haar... Mevrouw Sheldon, zult u het met heel uw hart geloven? Sta op en ontvang uw genezing in de Naam van Jezus Christus. Nu, als ik u niet ken, dame, wuif dan zo met uw handen? Als wij vreemden voor elkaar zijn, zwaai met uw handen heen en weer als ik u niet ken. Ziet u? [De samenkomst begint God te prijzen – Vert]

     Gelooft u niet? Wat is er aan de hand met u Pinkstermensen? Weet u niet wat Christus is? Wilt u genezen worden? Sta dan op uw voeten en aanvaard het. Ik daag u uit om het te geloven in de Naam van Jezus. Sta op, leg uw handen op elkaar en aanvaard uw genezing. Onthoud dat u het bent. Gelooft u met uw hele hart?

75 Hef uw handen nu naar Christus omhoog en laten we bidden. Bid u zelf. Bid voor uzelf terwijl ik voor u bid. Hemelse Vader, ik geef U dit gehoor van mensen in de Naam van Jezus Christus. Genees een ieder van hen, Here. Laat Uw Geest en kracht op hen komen en maak hen gezond. Voor de heerlijkheid van God en voor de glorie van God vraag ik het, in de Naam van Jezus Christus.

     Elke zondaar die hier is en die God niet kent als zijn Redder, zou u hierheen willen komen en Hem nu als uw Redder ontvangen? Kom nu direct hierheen. Ik daag u uit om nu hierheen te komen en Christus als uw Redder te ontvangen. Wilt u komen? De ongelovige die u een poosje geleden was, en het wil aanvaarden? God zegene u, heren, kom hierheen. Dat is het, jongeman, dat is het. O, dat is juist. U, die een paar minuten geleden niet geloofde, en nu wilt u God vragen om u voor uw ongeloof te vergeven, kom hier om het altaar staan. Kom nu.

Geloven alleen, geloven alleen (God, zegen deze mannen die komen),
Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.
Geloven alleen, geloven alleen,
Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.

76 Methodisten, Baptisten, Presbyterianen, Lutheranen, Katholieken, Pinkstermensen die niet geloven, kom nu rondom het altaar. Kom, zodat wij onze handen op u kunnen leggen terwijl de zalving... Wat anders zou dat kunnen doen? Al deze mensen die in die rij geroepen werden, waar het ook was, als u vreemden voor mij bent, steek uw handen op. Degenen die in de rij geroepen werden, steek uw handen op. Daar zijn ze. Zie? Ik ken deze mensen niet.

     Weet u wat de Heilige Geest tegen mij zei? "Doe nu direct een altaaroproep. Er is hier een heleboel ongeloof." Ik kan zelfs niet met de samenkomst doorgaan totdat wij die zaak er hier uitgekregen hebben. Wat is er aan de hand? Ga weg... U wilt zo'n geest niet om u heen hebben. Wat als Jezus vanavond in Persoon kon komen, en u zit daar zo? U, ongelovige, kom.

Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.
Geloven alleen, geloven alleen,
Alle dingen zijn mogelijk...

     Kom hierheen. Kom nu gelijk, ieder van u. Als Christus zo dichtbij u is in die tegenwoordigheid, waarom zou u dan achterblijven? Als u een klein sceptisch gevoel had, krijg het uit u vandaan. Kom nu.

... want geloven alleen,
Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.

Geloven alleen...

77 Dat is alles wat Hij u vraagt om te doen: om te geloven. Geloof slechts dat Hij het is. Als u het dus niet gelooft, kom hierheen en bekeer u ervan, en let op wat er gebeurt.

... zijn mogelijk, geloven alleen.
Geloven alleen ...

     Kom, zuster, dat is het. "Hij die met tranen zaait, zal ongetwijfeld weer terugkeren met gejuich, kostbare schoven binnenbrengend."

Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.

     Blij om te zien dat herders hierheen komen en gewillig zijn om te belijden dat zij fout zijn.

Geloven...

     God zal reine, zuivere belijdenis eren. Dat zal Hij zeker. Wat zult u gaan doen terwijl deze zelfde Geest hier vanavond is, en u in Zijn tegenwoordigheid zult komen te staan om u hiervoor te verantwoorden op de dag van het oordeel?

     Onthoud dat het exact op schema is. Dat is wat Hij zei dat Hij zou gaan doen, en hier is het.

Geloven...

     Wilt u nu niet komen, nog enige meer?

Geloven...

     Ik bied u vrijheid aan. Ik bied u vrijheid aan van al uw ongeloof als u oprecht zult komen en u zich bekeert, en Christus aanvaardt. Als u bijgelovig bent, een kerklid, niet weet of u goed of fout bent, kunt u maar beter komen.

Geloven alleen.

78 Komt u nu, medewerkers. Komt u gelijk hierheen, al de medewerkers, zodat... U weet wat u met de mensen moet doen. U, medewerkers, kom gelijk hierheen en ga nu om hen heen staan, deze mensen die hier staan, omdat we zullen gaan bidden. En als er daar nog ongelovigen zijn die hierheen zouden willen komen, komt u dan hoe dan ook nu meteen.

     Door hier naar voren te komen lopen, mensen, heeft u beleden vertrouwen te hebben in het feit dat u fout bent geweest in uw opvatting, en u komt nu om een ervaring te krijgen van de levende God. Deze zelfde God Die u hier precies ziet werken op het podium en door de mensen daar in de zaal: Hij is uw God. Als u... Misschien hebt u niet... bent u niet even gestopt om het te overwegen.

79 Hij is hier. Hij is Degene Die u riep om hierheen te komen. Zie? Dezelfde Geest Die mij zalfde om het Evangelie te prediken, is Dezelfde Die daar door het gehoor ging, Die u kent. U kunt Hem aanraken door het voelen van uw zwakheden. Mensen, zonder een schaduw van twijfel... Mensen die ik nog nooit in mij leven heb gezien; en terwijl ik daar sta, gaat het avond na avond door het gehoor. Ik kom hier op het podium, avond na avond, dag na dag, jaar, week na week, opwekking na opwekking, en het heeft nog nooit één keer gefaald. Als dat waar is, gemeente, zeg dan "amen". Wat dan als de Here...?

     Laat mij u vertellen: "ZO SPREEKT DE HERE! U kunt zich maar beter bekeren, Chicago. Uw uur is op handen: bekeer u. Kom, geloof, omdat er een tijd zal komen dat u hierom zult roepen, en die zal er niet zijn. Als u het echte niet wilt ontvangen, zal er een valse aan u gegeven worden. Jezus zei: 'Ik kom in Mijn eigen Naam en u ontvangt Mij niet. Een ander zal komen en u zult hem ontvangen.'" Onthoud, ik haal Zijn woorden aan. Het is op de band, het is vastgelegd.

80 U kunt Hem maar beter ontvangen terwijl u kunt, omdat er vele dingen in de wereld op het punt staan te gebeuren. Insecten die nog nooit tevoren zijn uitgekomen, zullen komen. Nu is het de tijd om in orde te zijn. U kunt het maar beter doen voordat u... Dan zal na een poosje de genadetroon weggaan, en daar zal helemaal geen verlossing meer zijn. Dus kom, terwijl u het nog kunt. Als daar één stipje van God u roept, kom nu gelijk in beweging.

     Dus ik wil zeker... Laat mij zeker zijn. Nog een keer "Geloven alleen", allemaal samen.

Geloven alleen, (Ik blijf voelen dat daar nog iemand is, er is nog ergens iemand.)
Geloven alleen,
Alle dingen zijn mogelijk, geloven...

     Ik ben geen fanaticus, mensen, die iets zeg en het niet werkelijk uit mijn hart meen. Zeker kunt u dat niet denken na hetgeen de Here heeft gedaan. Hier komt een hele groep jonge meisjes, tieners.

Nu, alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.

81 Nu wil ik dat u medewerkers handen legt op... Elkeen van u legt... Leg gewoon uw handen op iemand anders, zoals onze broeder Oral Roberts heeft gezegd, een punt van contact. (Hebt u hier geen zaal om te...?...) In dit soort samenkomsten – soms als wij die hebben – weet u, houden wij ruimten gereserveerd voor gemeenschap.

     Ik wil dat het gehoor overal zijn hoofd buigt; als u wilt. U daar die bent geïnteresseerd in deze zielen hier bij het altaar, wetend dat zij vanavond eerbiedig zijn gekomen om hun verkeerdheden te belijden en om vergeving te vragen, dat God hen genadig zal zijn... Zeker.

82 Ik veronderstel dat u zich afvraagt waarom ik mijn handen hierop houd. Ik ben niet bijgelovig. Af en toe als ik opkijk, zie ik een visioen, en als ik daar dan mensen zie die geloven en genezen worden, is dat de reden dat ik mijn handen hierop plaats op datzelfde moment.

     Kijk, broeder, zuster, kunt u zo verward zijn in uw gedachten om te geloven dat iemand hier zou kunnen staan en iets doet... daar dat gehoor ingaat, een menselijk wezen met een... Gewoon een menselijk wezen dat mensen daar aanspreekt en weet dat ze lijden en ziek zijn, en actie onderneemt? Kunt u dat? Dat is onmogelijk. Het is het grootste mirakel dat ooit in twee duizend jaar is gebeurd. Beslist.

     Wel, u zou kunnen denken aan een lichamelijke conditie als een man uit een rolstoel opstaat en wegwandelt. Dat is gebeurd. Zeker. Maar vertel mij waar een kracht... Toon mij waar iemand met een Ph.D. titel hier op dit podium kan komen die door de Heilige Geest daarheen wandelt en deze mensen deze dingen vertelt, precies zoals de Heilige Geest vanavond deed, zoals Jezus Christus deed toen Hij hier was. Vertel mij waar hij zich bevindt. Breng hem morgenavond hier naar het podium. Ik zal naar hem uitkijken. Het is hier niet.

83 Het is de Heilige Geest. En deze zieke mensen, deze Christenen daar, die aan het bidden zijn, zij raken Jezus Christus aan. En door een Goddelijke gave is Hij er; ik kijk gewoon daarheen en zie hen. Er is een licht boven hen. Het breidt zich gewoon uit en ik zie wat zij zijn en wie zij zijn, net zoals ik hier naar u kijk. Ik zie hen ergens anders iets aan het doen zijn, en dan spreek ik het gewoon uit. En als ik dan doorga met spreken, weet ik niet wat ik heb gezegd, het is voor mij net zoals een voorbijgaande droom. Maar daar is het. Het is exáct wat God zei dat Hij zou doen. Ik vraag aan welke geestelijke dan ook om het te ontkennen. Dat kunt u niet, omdat het hier precies in de Bijbel staat, ZO SPREEKT DE HERE. En hier is het in dit uur.

     Nu, u staat hier berouwvol. U wilt met God in orde zijn. Ik wil u op een dag in een beter land ontmoeten dan wat dit is. En ik vertel u, mijn broeder, zuster: Christus leeft nog steeds; Christus is hier. Het is dichtbij het einde van de tijd. Wat mij betreft, ik geloof dat Hij in deze generatie komt. Ik geloof dat deze generatie Jezus zal zien komen. Ik geloof het met heel mijn hart. Op de een of andere manier heb ik een gevoel dat ik Hem zal zien komen, al ben ik een oude man. Toch geloof ik dat ik Hem zal zien komen.

84 Nu wil ik dat iedereen hier op zijn eigen manier bidt. Belijd uw fouten. Zeg: "God, het spijt me." En iedereen in het gebouw, u die hier staat en berouwvol is, zeg: "God, vergeef mij. Ik wil vanaf deze avond een Christen zijn."

     En u, die hier belijdt dat u traag bent geworden, en dat u niet in staat bent geweest om het te bevatten, zeg: "Nu, Here, hier sta ik, ik heb mijn hart geopend, mijn armen naar U uitgestrekt. Mijn geloof ziet op naar U." En als u dat doet, dan geloof ik dat God u zal vullen met de Heilige Geest en u de echte zaak zal schenken. Als de Heilige Geest hier is, als u werkelijk de doop met de Heilige Geest heeft gehad, broeder, moet het hier getuigenis van afleggen, omdat het de Heilige Geest is. Nu, neem deze...?... [Leeg gedeelte op de band – Vert]

85 Goed. Nu willen wij allen eerbiedig ons hoofd buigen en bid gewoon voor een ogenblik stil in uzelf.

Mijn geloof ziet op naar U,
U, Lam van Calvarie,
Goddelijke Redder.
Nu, hoor mij als ik bid.
Neem al mijn zonden weg.
O, laat mij vanaf deze dag
Geheel de Uwe zijn!

Terwijl ik door het donkere doolhof van het leven ga,
En zorgen zich om mij heen verspreiden, (Het komt eraan.)
Weest Gij mijn Gids; (Neem mij nu, Here, wees mijn Gids.)
O, vraag de donkerheid in dag te veranderen;
Veeg zorgentranen weg.
Laat mij nooit wegdwalen
Van Uw zijde.

     [Broeder Branham begint te neuriën – Vert]

86 O, Vader God, een woensdagavonddienst komt ten einde. Er zijn tweehonderd of meer mensen, veronderstel ik, die hier rondom dit altaar staan. Zij bekeren zich; zij hebben genade nodig. Het prachtige oude lied wordt gespeeld: "Mijn geloof ziet op naar U." Zij beseffen, Here, dat mensen deze dingen niet kunnen doen; dat U het bent. En net zoals Micha vanavond in onze onderwijzing, wist hij dat zijn visioen van God kwam omdat het overeenkomstig het Woord van God was. Op die manier weet ik het vanavond, Here; op die manier weten wij dat dit visioen van God komt, omdat het in overeenstemming is met Uw Woord.

     En hier staat Abrahams zaad, de uitverkoren gemeente, die eruit komt, die gereed wil zijn om naar El Shaddai te komen om kracht van God te trekken voor het veranderde lichaam om de Zoon te ontvangen als Hij komt. Ik bid dat U het vanavond aan hen wilt toestaan, Here, aan ieder van hen. Geef hun het verlangen van hun hart. Vergeef de zondaar, breng de teruggevallene terug, Here, neem al de twijfel weg uit het hart van de gelovige. Maak dit tot een belangrijk uur, Here.

87 Ik geloof dat U hier bent. Ik weet dat U hier bent en dat Uw Geest beweegt. Wij voelen de lieflijkheid van Uw tegenwoordigheid. Wij zien U door het gehoor bewegen, precies datgene doende wat U hebt gezegd om te zullen doen. Nu, Vader, wij danken U ervoor dat U dit doet. Wij geloven.

     En ik neem ieder van deze zielen die bij dit altaar staan. Als Uw dienstknecht sta ik tussen hen en de dood in; sta ik tussen hen en het ongeloof in. En ik plaats mijzelf in de weg in de Naam van Jezus Christus, en zeg tot Satan die hen bindt: "Je kunt hen niet langer vasthouden. Ik daag elke duivel die aanwezig is uit: verlaat deze mensen! Kom uit van hen! Je kunt hen niet langer vasthouden. Hun zonden zijn vergeven; hun ongeloof is weg. Zij zijn kinderen van God vanaf dit uur. Hun dienst in hun leven zal groot zijn. De kracht van God zal hen vergezellen waar zij ook heengaan. Zij zullen vanaf dit uur Gods kinderen zijn. Satan, ik spreek tot je, verlaat hen, in de Naam van Jezus! Kom uit van hen!"

     Nu, ieder van u die het gelooft, steek uw handen omhoog en geef Hem prijs, en u kunt hier vanavond vrij vandaan gaan, in de Naam van de Here Jezus.

     [De samenkomst aanbidt – Vert]

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)