Kom, volg Mij

Door William Marrion Branham

1 Wel, nee, dat was voordat Becky werd geboren. En dus dacht ik: "Wel, weet je... ik had net een schaaltje havermout gegeten dat me een stuiver kostte." Wel, ik had juist... Ze hadden mij mijn etensbonnetje gegeven en het afgetekend (ziet u?) en ik had ervoor betaald, het teruggegeven en dan zou ik het inleveren, omdat ik mijn onkosten kon declareren.

     En op een dag dat wij een vergadering van lijncontroleurs [van telefoon-elektriciteitslijnen – Vert] hadden, zeiden ze: "Wie is dit uilskuiken die dit heeft gedeclareerd?" (Zie?) Het hoofd van de afdeling, weet je. "Tien cent voor een ontbijt." Dat leek heel goedkoop voor de andere mannen, weet je. Sommigen van hen brachten een dollar in rekening (Zie?), twee dollar voor een middagmaal. En ik bracht gewoon precies in rekening wat het kostte. "Wel," zei ik, "ik vind het niet nodig dat ik in rekening breng... Wat zou ik moeten doen als ik maar voor tien cent opeet?"

2 Meneer Fields, die de hulpopzichter was, zei: "Billy declareer in ieder geval één dollar. Dat doet de rest tenminste ook." Hij zei: "Je moet dat tezamen zo houden."

     "Wel," zei ik, "ik heb nooit anders dan een kom havermout gegeten en dat breng ik in rekening."

     Hij zei: "O, doe dat maar nooit meer."

     Wel, toen dacht ik: "Wat moet ik hiermee?" Toen bracht ik vijftig cent voor een ontbijt in rekening. En dan nam ik er veertig cent vanaf, en als ik iets wilde besteden, gaf ik het aan een paar kinderen op straat, een paar kinderen weet je, die eruit zagen alsof ze wel een boterham nodig hadden. Wel, toen dacht ik, dat ik misschien zou kunnen... Goed. Dat was het bedrijf zelf dat zo tegen mij sprak. Dat was een bedrijfsleider. Dus dacht ik: "Misschien heb ik iets verkeerds gedaan."

3 Hier niet lang geleden sprak ik een controleur. ... Nu patrouilleren zij met helikopters. Ziet u? Hij kwam langs en stopte. Hij zei: "Zeg, broeder Branham, deze boom groeit te hoog."

     Ik zei: "Ja." Ik zei: "De kinderen spelen er daarbuiten onder."

     Hij zei: "Kunnen wij hem toppen?"

     Ik zei: "Jawel, maar hak hem niet om. Zie?"

     Hij zei: "Wel, we zouden hem liefst willen omhakken. We zullen je ervoor betalen."

     Ik zei: "Nee, nee. Ik wil niet dat je hem omhakt." Wel, ik ken de wetten die daarop betrekking hebben ook, weet je, omdat ik er zeven jaar bij was. En ik zei: "Ik wil hem niet omgehakt hebben, maar je kunt hem toppen." Ik zei: "Ik zal hem op die hoogte houden." Maar ik zei: "Je kunt hem toppen als je wilt." Ik zei: "Broeder Wood en ik staan op het punt hem te toppen. Wij toppen al deze andere hier langs." En ik zei: "Maar we zouden die daar graag behouden terwille van de kinderen. Joe en zo, weet je, die kleintjes spelen onder die boom."

4 Ik ging op reis en toen ik terugkwam was hij afgezaagd en eruit getrokken. O, wat een rechtszaak zou dat zijn geweest tegen de maatschappij, dat ze die boom hadden omgehakt. Ziet u? En toen dacht ik: "Nou, nou." Ik zei: "Here, ik zal dat zelfs niet eens gaan melden. Zie? Of als er iets is wat dat betreft, wat ik soms in rekening heb gebracht, dat ik slechts at ter waarde van tien cent terwijl ik vijftig cent in rekening bracht." Zie? Ik zei: "Als het iets is wat dat betreft, laat het daarmee aangevuld worden (Zie?), dat ik dit erin breng. (Ziet u?) Dat ik..." En ik hield op met erover te dromen. Omdat ik toen bij de openbare nutsbedrijven was, want het moet iets daarmee te maken hebben gehad. We moeten oppassen met wat we doen. We zullen het op zekere dag tegenkomen.

5 Kinderen, komt hierheen. Je moeder was vandaag over, Trudy. Ik veronderstel dat je dit niet wist. Het was een soort verrassing kan ik zien. En je staat op het punt om je diploma te behalen. En we hebben deze reis hier buiten samen gehad. En ik zal nu naar een samenkomst gaan, onmiddellijk na deze samenkomst en we zullen naar huis gaan. Ik dacht dat het een goede kans zou zijn om met jullie allen te spreken en ook dacht ik dat het goed zou zijn om een klein beetje tot de kinderen te spreken vóór jullie bevordering. Ik lees een vers uit de Bijbel en spreek vanuit mijn hart ongeveer tien minuten tot jullie... en dan zal ik stilletjes bij jullie weggaan, zie?

6 Voordat ik tot jullie, kinderen spreek, zou ik graag eventjes tot de volwassenen willen spreken...?... tot jullie allen. Het is... Nu, het is misschien een inspannende reis geweest. Maar de ervaring die ik van God geleerd heb... Ik zou geen tienduizend dollar willen hebben voor wat ik van de Here heb geleerd sinds ik hier ben. Ik geloof werkelijk dat ik in volle gehoorzaamheid aan het gebod van de Almachtige ben gekomen, en ik hoop dat ik altijd op die wijze kan blijven. En er is een...

7 Toen ik kwam, was het ten eerste door een visioen, dat ik hier boven Tucson stond toen een donderslag klonk. Broeder Fred was daar toen hij weerklonk. En men nam die foto, weet je, in de lucht. En ik dacht er niet veel over, merkte het nooit op, totdat het op de een of andere wijze onlangs indruk bij mij begon achter te laten. En broeder Norman, Norma's vader, vertelde mij en zei: "Hebt u dit opgemerkt?"

     En juist toen ik keek, waren precies hier die engelen, net zo duidelijk als zij maar konden zijn, daar vastgelegd op die foto. Ziet u? Ik keek om te zien wanneer het was en het was de tijd, hetzelfde ongeveer als een dag of twee vóór, of een dag of twee nadat ik daarboven was. Ik keek waar het was: ten noord-oosten van Flagstaff, of Prescott, dat onder Flagstaff ligt. Wel, dat was precies waar wij ons bevonden. (Zie?) Gewoon precies.

8 Zesentwintig mijl hoog, terwijl waterdamp niet hoger kan gaan dan vier of vijf mijl hoog, vocht of welke soort damp of wat dan ook. Ziet u? Vliegtuigen vliegen op negentienduizend voet. Dat is om boven al de wolken uit te komen. Ziet u? En negentienduizend voet is ongeveer vier mijl hoog. Dit is zesentwintig mijl hoog en dertig mijl breed en in de vorm van een piramide, als u naar de foto hebt gekeken.

     En aan de rechterzijde, zoals ik jullie vertelde, merkte ik daar die buitengewone engel op. Daar is Hij, met zijn borst vooruit, zijn vleugels naar achteren, precies binnenkomend, precies op de wijze dat het gebeurde. Ik heb het in het begin nooit opgemerkt toen het... Er zijn zoveel dingen geweest die...

9 Tijdens de rit hierheen onlangs, was er iets gebeurd dat tot mij sprak over de zaak die ik moet doen. En het is niet mijn boodschap. Leo Mercier zei eens: "Broeder Branham, de tijd zal hierna komen," ongeveer vijf of zes jaar geleden, misschien zeven, "dat de Here uw bediening zal gaan veranderen." En hij zei: "Als Hij dit doet, zult u waarschijnlijk naar ziekenhuizen gaan en hen uit de bedden en dergelijke spreken."

     Het klonk niet juist, hoewel ik geloof dat broeder Leo probeerde er oprecht mee te zijn. Maar het klonk gewoon niet juist, ziet u, omdat onze Here Jezus dat nooit heeft gedaan. En Hij ging de ziekenhuizen in... Er was er één in dat ziekenhuis. Herinnert u zich waar het was in de Bijbel? Het badwater van Bethesda. Een grote menigte machteloze mensen lag daar, kreupel, verlamd, blind, verdord, wachtend op de engel.

10 Nu, dat was in een geestelijk ziekenhuis waar de mensen wachtten op Goddelijke genezing. En hier kwam de Goddelijke Genezer zelf binnen en genas er één en liep weer naar buiten. Dus je kunt niet verwachten dat er een sterfelijk mens of een bediening naar voren zal komen die groter is dan die er was. Ik kon het er niet mee eens zijn.

     Maar toen ik mij begon om te draaien, kwam de Heilige Geest op mij. Ik vroeg Leo om een pen. Ik nam een stuk papier en ik schreef het op. En het ligt vandaag in zijn caravan, als u ooit daarboven komt waar hij zich bevindt. Het is die oude aluminium caravan waar ik de laaduitrusting had. Meteen als u de deur binnengaat, is er een plank aan de rechterkant, precies voor in de caravan. Het ligt daaronder. Ik legde het daar neer. Ik zei: "Op zekere dag kun je dit eruit halen." God zal de bediening nooit veranderen, maar Hij zal de man met de bediening veranderen. Dat moet er gebeuren.

     Zie, ik weet wat ik moet doen, maar ik kan het niet doen in de toestand waarin ik nu ben, omdat ik moet... Er moest iets met mij van binnen gebeuren en daar is God voor nodig om het te doen.

11 We staan op het punt terug naar huis te gaan. De kinderen hebben heimwee; ze willen allemaal teruggaan. Dus stel ik mij voor hen terug te brengen, misschien na de dienst zaterdag. En dus gaan we terug... Vanaf daar weet ik het niet. Maar ik weet dat zodra dat 'iets' binnenin mij gebeurt om mij me anders te laten voelen ten opzichte van de mensen dan nu... Ik had de mensen verworpen en ik wilde niet meer met hen te maken hebben. U weet wat ik bedoel – wat ik Ricky en Ricketta noem. Zij hadden... De dingen die zij hadden gedaan. Ik had gepredikt met alle oprechtheid en God had het op elke wijze bevestigd. En als zij het dan niet wilden geloven, wel, laat ze dan maar gaan.

     Ik stond op het punt om met Bud komende herfst samen te gaan en daar te beginnen als gids, om af te wachten in de wildernis, mijn haar en baard te laten groeien, en als de Here wilde dat ik ergens heen zou gaan, als Hij mij een woord zou zenden, zou ik heengaan en het doen.

     En toen ik onlangs onderweg was, stopte Hij mij. En ik zag waar ik toe gekomen was. Ik ben nu op weg naar iets anders. En ik dacht dat als ik thuis gekomen was, ik een gesprek zou hebben, zoals dat wij noemen 'van hart tot hart', en het misschien op de band opnemen. En dan... zodat het publiek zou zien waarom de plotselinge verandering kwam.

12 Nu, jullie kinderen, laten we een klein woord van gebed hebben. Here Jezus, we zijn dankbaar voor deze tijd om te weten dat we hier vergaderd zijn, jong en oud en van middelbare leeftijd. En we zijn vergaderd aan deze kant van de eeuwigheid, om nog eens over U te spreken en over de dingen die betrekking hebben op eeuwig leven.

     En deze jongeren die hier vanavond zitten, sommigen van hen zitten voor hun diploma, sommigen hebben het al gehaald. Maar ik besef, Here, dat er iets gebeurde slechts een paar uur voordat die grote schok of grote donderslag plaats vond op de berg daar ten noorden van Tucson, toen de engelen van de Here neerkwamen. Ik herinner mij wat er gezegd werd en speciaal over de jonge mensen. Ik bid U, Here, help ons om het te begrijpen. En moge ik in staat zijn om vanavond iets tot deze jonge mensen te zeggen wat hen zal helpen op hun reis. Want, Here, wij hebben die hulp allen nodig in deze tijd.

13 Zegen ons met elkaar. Vergeef onze zonden. En als er iets is dat wij gedaan hebben sedert wij hier zijn geweest, dat U mishaagd heeft, bidden wij dat U het ons vergeeft. Want wij zijn ons vandaag bewust dat wij geen garantie hebben voor morgen. Wij weten niet wat morgen brengt. We moeten vandaag voorbereid zijn om morgen te ontmoeten.

     En, Vader God, er is maar één manier die wij kennen om dit te doen: Dat is ons voor te bereiden om U te ontmoeten. Want langzamerhand beseffen wij dat wij allen U zullen ontmoeten. Wij zullen er te eniger tijd mee geconfronteerd worden, hetzij in vrede als een vriend of kind, hetzij als een vijand. Het zij verre, Here, dat wij iets anders zouden zijn dan Uw eigen geliefde kinderen. Geef deze dingen die wij vragen in Jezus' Naam. Amen.

14 Toen ik vandaag in alle vroegte onkruid aan het wieden was, vond ik een plaats in de Bijbel, waarvan ik dacht dat het goed zou zijn om die nu te lezen. En misschien is het niet geheel en al van toepassing, maar ik dacht er gedurende een paar minuten over te spreken. Ik wil dit lezen uit het achttiende hoofdstuk van Lukas. Alle vier de Evangelie-schrijvers schrijven erover. Het achttiende hoofdstuk en het achttiende vers

     En een zeker overste vroeg Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?

     En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God.

     Gij weet de geboden. Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.

     En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan.

     Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog één ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.

     Ik denk dat het woord "Kom, volg Mij" de beste raad zou zijn die ik zou kunnen geven als ik sprak tot tienduizend kinderen of als ik aan het spreken was zoals ik nu doe. Het is een bevel en het belangrijkste, geloof ik, dat ooit aan iemand werd aangeboden en speciaal aan een jong persoon: "Volg Mij."

15 Je zult iemand volgen. Nu, jullie... Jullie kunnen bedenken dat jullie iemand zult volgen. En de wijze waarop je de persoon volgt... Wees er zeker van wíe de persoon is die je volgt. Zie? Wij... Paulus zei eens: "Weest mijn navolgers zoals ik Christus navolg." Met andere woorden: "Net zoals ik Christus volg, volgen jullie mij."

     En nu, op dit keerpunt, dit stadium van het leven waar wij allen komen... En veel keren hebben jullie mij horen schreeuwen: "Ricky, Ricketta" en zo. Het is het tijdperk. Het is het tijdperk waarin wij leven. Het zijn eigenlijk die mensen niet.

16 Die mensen zijn mensen zoals wij. Die kinderen hier buiten met die sportwagens, die door de straat racen, sigaretten roken en alcohol drinken, en die meisjes die onzedelijk gekleed gaan en zo, dat zijn meisjes en jongens zoals wij. Zie? Ze zijn menselijk. Ze hebben lief, zij eten, zij drinken, zij slapen, zij ademen, zij moeten sterven. Zij zijn mensen net als wij.

     En toch zijn zij bezeten door een boze geest. Zij weten het niet. Niet vanwege de mensen... maar soms vanwege een leider die zij gevolgd hebben, die hen op de verkeerde weg heeft geleid.

17 Nu, jullie meisjes en jongens, weten beter dan dat. Jullie weten het; jullie zijn beter dan dat onderwezen. Jullie hebben betere ouders, gezondere opleiding dan om zoiets dergelijks te doen. Jullie weten beter. Maar zij niet. Zie? Omdat de kerken waar zij naartoe gaan, moderne kerken zijn, modernistisch. En zij leven gewoon voor de dag, meer populair en, o, wat is... De immorele principes zijn deugd voor hen geworden. Zie? Dus zij... wat...

     Zoals er in een film die ik hier niet lang geleden zag van Sodom en Gomorra, gezegd werd, dat deze door de duivel bezeten vrouw tegen Lot zei: "Wat jij onzedelijk noemt, noem ik deugd."

     Jezus zei: "Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen." Wij zijn weer bij die plaats terug.

18 Laten we eens even naar deze persoon kijken waarover wij lazen. Ongetwijfeld was dit kind geboren in een goed huis, zoals jullie, kinderen. Hij werd opgevoed door goede ouders, omdat het bewezen werd. Toen Jezus hem de geboden van God voorhield zei hij: "Die heb ik onderhouden van mijn jeugd af aan." Het liet zien dat hij juist was opgevoed. Hij was niet zo maar een straatjongen, weet je, hij was opgevoed met de kennis van wat recht is, zoals jullie kinderen allemaal. Waarschijnlijk opgevoed door een Godvrezende moeder en vader om hem het juiste te leren toen hij een kind was. Wel, dat is goed.

19 Misschien had zijn moeder, toen hij nog een kleine baby was, hoge idealen over hem, dat hij eenmaal een groot man zou worden. Zijn vader bezat geld genoeg om hem naar school te laten gaan en hem een opleiding te geven waarmee hij zou kunnen... waarmee hij voor de dag zou kunnen komen, een goede opleiding waardoor hij in staat was om iets in de wereld te worden.

     En met de oprechtheid van deze moeder en vader, die dit kind opvoedden, kwam hij misschien tot zijn examentijd, net zoals jullie zijn gekomen, de tijd dat hij de school had doorlopen en zijn opleiding klaar was. Misschien was hij de trots en vreugde van moeders en vaders leven. Ongetwijfeld had hij in die dagen mooie paarden, zoals jullie auto's hebben, en de goede vader en moeder, zoals jullie allen hebben, zien erop toe dat jullie goede kleding hebben en een auto en gewoon van het leven kunnen genieten, net zoiets als jullie vandaag hebben.

20 En de vader en moeder baden voortdurend dat hun zoon niet een gewone man zou worden, maar dat hij een buitengewone man zou zijn. Alle ouders willen dat. Hoorden jullie Jezus verwijzen naar dat gebod: "Eer uw vader en uw moeder", en dat Hij toen stopte?

     Dat is de begeerte van elke ouder, om voor hun kinderen het beste te doen wat zij kunnen, hen op te voeden, hun misschien dingen te geven die zij niet konden krijgen. Zo voel ik mij ook over mijn kinderen.

     Ik denk soms bij het naar school gaan... Nu, ik denk... Om Becky en Sara en Jozef naar deze scholen van voortgezet onderwijs te zenden, en dergelijke, waar al dat gedoe plaats vindt... Ik geloof dat ik ervoor voel om hen mee te nemen, terug de bergen in om hen daar op te voeden, zodat zij zouden leven als Indianen.

21 Maar het gaat hier om: wat er in het kind zit, zal eruit komen. Het maakt niet uit waar het is, het zal eruit komen. Als er kwaad in zit, zal het er ook uitkomen in het Indianenkamp. Als het goede erin zit, zal het er in elk kamp uitkomen. Zie? Het gaat erom wat er in het kind zit, de aard van het kind, wat er aan de binnenkant van jullie is. En wat je nu bent, zul je waarschijnlijk de rest van je leven zijn. Jullie zijn gekomen tot de plaats dat je verandert.

     Weet je wat? Zesentachtig procent van de bekeringen tot Jezus Christus vinden plaats vóór het eenentwintigste jaar. Aantoonbaar door de statistieken. Zesentachtig procent van degenen die tot Christus komen, komen voordat zij eenentwintig zijn. Nadat je die leeftijd gepasseerd hebt, wordt je meer gevormd en vast in je wegen. O, het is nog mogelijk, zeker. Zij komen als zij zeventig, tachtig jaar oud zijn. Maar het komt erg zelden voor.

     Zie, je vormt jezelf als je jong bent. Je richt je ambities op wat je wilt doen, en op wat je probeert in het leven te bereiken. Je denkt erover na. En als je nadenkt gaat natuurlijk je verstand... Het wordt aan je verstand gepresenteerd door iets onbekends dat je verstand beheerst. En als het dan in je verstand komt, dan spreek je uit dat je het zult gaan doen. En dan drijft je ambitie je er naartoe.

22 Dus moeder en vader verwachtten van deze jongeman dat zijn ambities groot zouden zijn, dat hij genoeg geld zou hebben om het uit te voeren en ongetwijfeld baden ze dat deze jongen die gelegenheid zou krijgen. Zie je, zij hadden alles gedaan wat ze konden. Misschien had hij mooie paarden verzameld en misschien was hij erg populair onder de vrouwen. En wat voor de mannen geldt, geldt ook voor de vrouwen en vice versa. Zie? Want wij spreken over menselijk leven, zielen, zowel van mannen als van vrouwen.

     En toen, na al deze mogelijkheden die de jongen had (zie?), kwam hij in goeden doen, zoals wij het noemen, tot een plaats waar hij zich niet zo bezorgd hoefde te maken. Zijn ouders hadden geld. Hij had... Hij was erg... Hij was een aanzienlijk man geworden. De Bijbel verwijst er hier naar als de jonge, rijke, aanzienlijke man. En wij zien hem op jonge leeftijd, misschien in zijn tienertijd, net van school, net na zijn examen, misschien een paar weken ervoor of zoiets; hij was inmiddels een... Hij was een aanzienlijk man. En hij had alles wat zijn hart kon begeren.

23 En de jongen was geen moderne Ricky. Hij was een fijne jongen. Ik geloof dat toen Lukas er over schreef, of Markus, geloof ik dat het was, Jezus naar hem keek en zuchtte, omdat Hij hem liefhad. Zie? Er was iets met de jongen; er was een fijne persoonlijkheid verbonden met deze knaap. Waar kwam hij vandaan? Uit een aardig gezin dat hem de geboden van God had geleerd en erop had toegezien dat hij ze hield. En hij deed het van zijn jeugd af aan. En de jongen had een begeerte, hij wilde eeuwig leven. Hij zei: "Goede Meester, wat zou ik kunnen doen om het eeuwige leven te beërven?"

24 Zie, van alles wat je hebt in de wereld, vertelt toch de ziel aan de binnenkant van je dat er iets nodig is, wat je niet hebt. Welvaart alleen... Of het behoeft niet altijd rijkdom te zijn. Het zou populariteit kunnen zijn. Een mooi meisje, die haar schoonheid heeft waaraan zij kan denken. Misschien is zij erg populair op school.

     Misschien kan de jongen elk meisje krijgen die hij wil. Hij voelt zich daar tamelijk zeker van. Dat is geen zekerheid. Dat zal verwelken net als de bloem in het veld. Zie? Het zal vergaan. Het zal niet lang duren, slechts een paar omwentelingen van de zon en dat is vergaan. Maar je hebt een ziel die eeuwig moet leven.

25 En dit jongmens moet een vriendelijke persoonlijkheid gehad hebben, omdat hij zich knielend aan de Here Jezus voorstelde. Hij boog zijn knieën. Hij zei: "Goede Meester, wat zou ik kunnen doen om eeuwig leven te hebben?"

     Hij zei: "Waarom noemt gij Mij goed, terwijl je weet dat er maar Eén goed is en dat is God?" Zien jullie wat deze jongeman hierin uitdrukte? Dat Hij God was. Zie? Hij zei: "Gij kent de geboden. Houd ze."

     Toen zei hij: "Welke geboden, Meester?"

     Hij zei: "De geboden van 'eer uw vader en moeder', enzovoort."

     Hij zei: "Dit heb ik van jongsaf gedaan. (Zie?) Ik heb dit gedaan."

     Hij zei: "Toch ontbreekt je nog één ding. Ga heen, verkoop alles wat je hebt en deel het uit aan de armen, en volg Mij."

     Wat een gelegenheid. Dat zouden Petrus, Jakobus of Johannes geweest kunnen zijn, één van hen. Zie, de jongeling was opgeleid en juist opgevoed en bood Christus aan om hem te gebruiken. En hij had al het potentieel in zich om te gebruiken – waarschijnlijk ontwikkeld, jong, rijk, met invloed waar hij het Evangelie zou kunnen hebben aangeboden en toch wees hij het af. Wat was dat een onbezonnen daad van die jonge knaap. Zie?

26 "Volg Mij." Zie nu, hij moest iemand volgen. Nu, hij moest òf de invloed van mensen volgen waarmee hij verbonden was – de invloed van een jongedame, de invloed van een vriendenkring waarmee hij verbonden was, zijn klasgenoten op school, òf Jezus Christus volgen. Met al zijn goedheid wist hij toch dat hij geen eeuwig leven had.

     Kinderen, daar moeten jullie over nadenken. Nu, kijk naar de jongeling vanavond, wat hij had kunnen zijn en wat hij is, wat hij vanavond is. Hij is ergens. Hij was een mens. Hij is ergens. Hij wacht op het oordeel. Hij wacht om het oordeel onder ogen te zien op die dag. Hij had dezelfde gelegenheid afgewezen die aan jullie, kinderen, wordt aangeboden, bijna onder dezelfde omstandigheden, fijne kinderen, goede persoonlijkheid, fijne vaders en moeders die jullie hebben; jullie behoeven niet eens te werken tenzij jullie het willen. Zie?

27 Maar er is iets anders wat ermee gepaard gaat. Er is iets wat ermee samen gaat. Dat Woord vanavond sterft nooit. Het is nog steeds een uitdaging aan elke jongeman, elke jonge vrouw. "Volg Mij." Zie, woorden sterven niet. Wanneer je ook iets spreekt, bedenk slechts, of het nu in je auto in het geheim is, of het in de preekstoel is, of het op de hoek van de straat is met je vriend of vriendin, waar het ook is, het sterft nooit. Het moet voor altijd leven.

28 Toen ik dat meisje onlangs zag in het visioen, een jong aardig meisje, een Hollywood actrice, en ik zag haar stervende, zich uitstrekkend om te proberen hulp te krijgen. En zij stierf in een hartaanval. Miss Monroe. En dan is dat al weer twee jaar geleden, en ik zag haar stervende. En twee dagen later stierf zij.

     En toen hoorde ik onlangs de stem van dat meisje. Hoe? De kinderen hadden mij verteld: "Papa, u gaat steeds maar naar die 'Rivier van geen terugkeer'." Zij zeiden: "Ze hebben een dergelijke film vanavond." Zij vertelden mij een week of twee van te voren dat het op een bepaalde avond zou zijn. Ik dacht: "Wel, ik wil dat wel zien, omdat ik twee of drie keer, of ongeveer vijf keer, geloof ik, daar bij die rivier ben geweest."

     Wel, ik ging het zien en Miss Marilyn Monroe acteerde daarin. Wel, dat was het meisje dat ik in het visioen had gezien. En daar was zij in beeld, en de handelingen, het spel dat zij speelde in "De Rivier van geen terugkeer" toen zij die film opnamen, misschien vijftien jaar geleden... Het was een oude film van misschien twintig jaar geleden. En ze is al twee jaar dood. Maar daar was ze weer levend. Elke handeling en elk woord (zie?) wordt zo opgenomen op een magnetische band, zodat het weer levend is.

29 Niet alleen dat, maar alles wat we zeggen is levend. Elk woord dat wij spreken kan niet sterven. Er komen nu woorden en vormen van mensen door deze ruimte. De televisie pikt het op. U kunt hier spreken en zij horen u over de hele wereld in dezelfde seconde. Zelfs voordat u het kunt horen in deze ruimte, gaat het elektronisch de wereld rond. En Gods grote scherm pikt dat op. En elke beweging en elke handeling die u maakt, zult u tegen komen in het oordeel. Zie? Dus jong persoon, het is een goede zaak om te stoppen en over deze dingen na te denken, omdat je het weer zult tegenkomen. Zie?

30 Laten wij het spoor van deze jongeman volgen, de gelegenheid die hij kreeg. En stel jezelf in zijn plaats en in die van het meisje, om het even wie het is, Becky, Marilyn. Net als... Precies hetzelfde alsof jij in zijn plaats stond, en je die stem kon horen die nog steeds levend is... Hij is nog steeds levend. Hij beweegt nog steeds. De wetenschap zegt dat zij binnen twintig jaar vanaf nu Zijn letterlijke stem, waarmee Hij tweeduizend jaar geleden sprak, zullen kunnen oppikken. Hij is nog steeds levend. Zoals een kiezelsteen die in de oceaan valt. Die golf houdt nooit op. Hij gaat duizenden mijlen ver naar de kust, en keert dan weer terug.

31 Als een stem eens zo in de lucht gesproken heeft, sterft hij nooit. Er is niets wat je kunt zeggen in het oordeel; het is daar. Daar zal de stem van Jezus Christus zijn, die deze jongeman gebiedt: "Volg Mij." En hoe hij zich op het scherm treurig afwendt, omdat hij enorme bezittingen had. Zie? Wij mogen dan niet even... het hoeft niet altijd geld te zijn. Het kunnen andere dingen zijn. Zie? Alles wat wij voor dierbaarder houden dan die roep (zie?) wordt als geld voor ons. Het wordt iets wat ons verderft.

32 Laten wij hem nu een klein beetje volgen. Wat gebeurt er als hij zich afwendt? Hij luisterde niet naar die stem van Christus. Hij ging met zijn vrienden mee. Jullie kinderen, jullie zijn allemaal fijne kinderen en jullie zullen beslist vrienden hebben. Maar let op wat voor soort vriend jullie hebben. Als die vriend Christus volgt, ga dan mee met die vriend. Volgt Christus ook. Maar zo niet, doet het niet.

     Laten we naar hem kijken. We zien dat hij misschien zijn vrienden behield. Hij werd een groot leider. Hij was toen een bestuurder. Later vinden we hem zo welvarend dat hij extra schuren moest bouwen om zijn spullen in op te bergen. En toen zei hij tot zichzelf, nadat hij oud was geworden en de zorgen van het jonge leven en zo, waren voorbij gegaan... Alles wat hij misschien deed was zich vermaken.

33 Als... Een oude man en een oude vrouw, zoals ik en mijn vrouw, zoals jullie moeders en vaders, er is nauwelijks iets waaraan zij kunnen denken. Zij kunnen en willen niet uitgaan en de straten op en neer lopen, weet je, zoals jongemannen en jonge vrouwen zouden willen. Afspraken, en wie je vrouw zal zijn of je man of... Zie, daar gaan hun gedachten niet naar uit. Zij hebben kinderen, zij hebben belangstelling voor... Zo zal het met jullie morgen gaan zijn, als er een morgen is. (Zie?)

     En een... Zie, de knaap toen met – misschien is hij zelfs nooit getrouwd. Maar hoe dan ook, hij was een groot leider. En hij zag op... Zoals het vandaag nog in Jeruzalem is, zij aten op het dak van het huis op deze tijd van de dag, wanneer het koel wordt in de avondtijd. En we zien nog een persoon met hem uitgebeeld, een bedelaar.

34 En de man die opgevoed was om z'n naaste te eren en aan anderen te doen zoals anderen aan u zouden moeten doen... Zie, door die roep van Christus te verwerpen... tenslotte... Kijk, als een jongen die in een dergelijk huis was opgevoed, zou dat nooit uit hem weggegaan moeten zijn, maar het gebeurde. Het gebeurde. En daar lag een man vóór zijn poort, genaamd Lazarus, die tevergeefs bij hem bedelde om brood. De kruimels die hij opveegde, wilde hij zelfs niet aan de bedelaar te eten geven, maar aan de honden. En hij zat vol met zweren... Maar de man was zo in de maatschappij opgegaan, dat hij geen medegevoel meer over had. Hij was gevoelloos geworden, omdat hij het aanbod van Christus verworpen had.

     Toen, misschien op een avond, terwijl hij op die tijd zijn toost uitbracht met fijne wijnen, en lieflijke vrouwen die met juwelen behangen bij hem waren en dergelijke, met alles wat zijn hart kon begeren, en toostend, terwijl de bedelaar voor de poort lag... En voordat het daglicht daagde de volgende morgen, was hij in de hel en riep het uit om Lazarus te laten komen en zijn tong te bevochtigen. Wat een verandering van toneel.

35 En merken jullie op dat toen hij zei: "Vader Abraham..." Nu, hij herinnerde zich nog dat Abraham de vader van de Joden was. Hij zei: "Vader Abraham, zend die bedelaar Lazarus hierheen met een beetje water op zijn vingers om mijn lippen te bevochtigen. Deze vlammen kwellen mij."

     Hij zei... En Abraham zei: "Het is... Ik kan dat niet doen", met zoveel woorden. "En behalve dit alles (Zien jullie?) heb je je gelegenheid in je leven gekregen."

     Wanneer kreeg hij die? Toen Jezus zei: "Volg Mij." Maar hij wees het af. Hij ging de weg op waarin hij geld kon verdienen. En dat is in orde, er is niets verkeerds met goed verdienen. Maar volg Jezus terwijl je het doet. Zie? Hij was de andere weg opgegaan, met de grote groep mee. En je ontdekt dat hij zei, en Abraham zei: "Bovendien is er een kloof aanwezig tussen u en hem, die niemand ooit heeft overgestoken en nooit zal kunnen. Zij die daar zijn kunnen niet hier komen en dezen hier kunnen daar niet heengaan. Het is vastgesteld. Niemand heeft die overgestoken of zal hem oversteken."

36 Luister verder naar hem: dan wil hij evangelist zijn. De roep die Jezus hem gegeven had om Hem te volgen en een zielenwinner te zijn als jongeman, keerde weer tot hem terug. Hij herinnerde het zich dat hij vijf broers had die nog op aarde waren, en hij wilde hen niet in die plaats hebben. Hij zei: "Zend Lazarus dan terug om mijn broers te vertellen niet op deze weg te komen", om, met andere woorden, de roep te aanvaarden: "Volg Mij." Zie!

     Maar hij zei: "Zij zullen het niet doen."

     Hij zei: "Ja, als iemand uit de dood zou opstaan, zoals Lazarus, en terug zal gaan om het hun te vertellen..."

     Zie je, het laat zien dat nadat wij sterven, wij nog steeds bij kennis zijn. Hij herinnerde het zich. Abraham zei: "Zoon, bedenk dat in uw dagen..." Zie? U herinnert het u nog steeds. U verliest uw geheugen niet. U herinnert het u. En de herinneringen die de mens kon hebben, en nog steeds in dezelfde plaats, de gelegenheid die hij had zich herinnerend, dat hij Jezus had horen zeggen: "Volg Mij." Maar hij volgde de verkeerde persoon, het verkeerde gezelschap. Hij kwam in verkeerd gezelschap en ging naar de verkeerde plaats. Hij eindigde in de verkeerde eeuwigheid: om op die dag voor eeuwig door God vernietigd te zijn...

37 Jezus deed ook een enorm opvallende uitspraak: "Al zou er iemand uit de dood opstaan en teruggaan, toch zouden zij niet overtuigd worden, omdat ze Mozes hebben en de wet; en als zij daar niet naar luisteren, zullen ze, al zou er iemand opstaan uit de dood, toch niet overtuigd worden."

     Waarom? Waarom? Spreken de wetten iets dergelijks? Ja. "Doe aan anderen zoals u zou willen dat zij u zouden doen." En hij had onder de wet geleefd. Maar hij liet de bedelaar sterven aan de poort. Zie? Hij had geleefd onder de geboden van God en toch faalde hij dat grote eeuwige leven te zien.

38 Kinderen, elk van jullie schijnt te zijn als de mijne. Elk van jullie schijnt te zijn als mijn zonen en dochters, en in zekere zin zijn jullie het (Zie?), geestelijk gesproken is het zo. De Here God heeft jullie zielen aan mijn zorg toevertrouwd, omdat jullie naar mij komen luisteren. Jullie geloven mij. Zie? En in een bepaalde zin van het Woord zijn jullie mijn zonen en dochters. Dat is juist. En onthoud altijd, het houden van de geboden van God is een grote zaak. Opgevoed te worden in een goed thuis, is een erfenis van God. En om fijne kinderen te zijn met persoonlijkheden zoals jullie hebben, is goed. Het is wonderbaar om een opleiding te hebben. Het is zelfs wonderbaar om in dit vrije land te leven. We hebben zoveel dingen om dankbaar voor te zijn. Maar er is één ding dat je gewoon niet erft, dat je moet aannemen. Dat is eeuwig leven. En je zult dat alleen doen door Jezus te volgen door de ervaring van de wedergeboorte. Vergeet dat niet.

39 Ik hoorde eens een verhaaltje over een man die was... O, hij was arm en hij wilde altijd... Het lijkt op een klein sprookje. Desondanks heeft het mij altijd getroffen. En op zekere dag plukte hij een bloem. En de bloem was een toverbloem, en de bloem antwoordde hem en zei: "Je bent je hele leven arm geweest." Hij zei: "Vraag nu wat je wilt en het zal je gegeven worden."

     Hij zei: "Dat gindse berg zich zal openen en ik daarin zou kunnen gaan en het goud in de berg zou vinden."

     "Wel, de..." zei hij, "je zult mij moeten meenemen overal waar je gaat." Zie? "Je zult mij moeten meenemen, dus als ik daar ook ben, dan kun je vragen wat je wilt."

40 Hij liep naar de berg en de berg opende zich en hij ging erin. En de rotslagen waren vol goud en diamanten, zoals het sprookje luidt. Hij legde de bloem neer op een tafel of een rots. En hij rende weg en greep een heel grote edelsteen. En hij zei: "Deze moet ik aan mijn vrienden laten zien. Ik ben nu een rijk man. Ik heb nu alles. Ik moet deze laten zien."

     En dus sprak de bloem en zei: "Je hebt het voornaamste vergeten."

     Dus liep hij hard terug en pakte... zei: "Wel, misschien zal ik een stuk goud kunnen meenemen. Ik zal een stuk zilver meenemen."

     En hij zei: "Ik zal mij haasten om de mensen te vertellen hoe rijk ik ben, wat ik allemaal heb."

     En hij ging naar de deur en de bloem zei: "Maar je bent het voornaamste vergeten."

     Dus liep hij weer hard terug. Hij zei: "Hier vinden wij allerlei materialen." Dus pakte hij een steen op. Hij zei: "Ik zal deze steen meenemen en aan de mensen laten zien uit wat voor soort steen deze berg gemaakt is, zodat ik mijn weg er naartoe terug kan vinden." Zie?

     En hij ging de deur uit en de bloem zei voor de laatste keer: "Je hebt het voornaamste vergeten."

     "O," zei hij, "o, houd je mond."

     Zie, hij wilde niet meer horen: "Je bent het voornaamste vergeten." En hij liep hard de deur uit. En toen hij het deed, sloot de deur zich achter hem met de bloem aan de binnenkant. Het voornaamste was de bloem. Zie? Het voornaamste was de bloem.

41 Jaren geleden las ik als kind, zoals jullie allen zijn, op een veeboerderij, hier boven in Phoenix, op een stuk papier over een mijnonderzoeker. Er waren hier toen nog geen wegen, alleen maar kleine zandpaden. Ze doen hier nog heel wat aan mijnonderzoek, weet je.

     Maar deze mijnonderzoeker was gekomen en hij had voor heel wat geld gevonden. Hij trof heel wat goud aan. Onderweg verbleef hij in een hut die hij gevonden had. En hij had een hond bij zich en de hond was buiten vastgebonden. Die avond volgde een bandiet hem om dat goud te krijgen. Hij had het gedolven in oude Spaanse mijnen en hij wilde ermee op weg naar huis. En de hond begon te blaffen. Maar de man wilde niet gestoord worden door die hond. Hij zei: "Koest." Hij zei: "Morgen zal ik dit naar de stad brengen." En de moraal van het verhaal is dit. "En ik zal het laten wegen en ik zal een rijk man zijn. En ik zal grote auto's kopen. En ik zal allerlei vrouwen hebben en grote feesten houden. Ik zal een rijk man zijn, omdat ik de mijn-concessie al getroffen heb. Ik heb het goud hier, een heleboel." En hij zei: "Ik zal..."

     Terwijl hij probeerde te slapen, bleef de hond blaffen, omdat de hond de bandiet zag komen, sluipend, wachtend tot de goudzoeker zou gaan slapen. En hij werd weer wakker gemaakt en schreeuwde weer tegen de hond en zei: "Koest." En de arme hond jankte en probeerde zijn meester te waarschuwen dat er gevaar op de loer lag. En toen hij... De volgende keer toen de hond begon te blaffen... De goudzoeker had een geweer. Hij wilde niet gestoord worden, dus stond hij op en schoot de hond dood. En de goudzoeker werd die nacht gedood door de bandiet. Al zijn fantastische dromen deden hem geen goed. Waarom? Hij legde de stem die hem waarschuwde het zwijgen op.

42 Er is niemand die kan proberen iets te doen... Jullie, kinderen, zouden nooit iets verkeerds kunnen doen na te zijn opgevoed op de wijze dat jullie opgevoed zijn, of jullie zouden iets voelen dat jullie vertelt het niet te doen. Nu, leg nooit die stem die jullie waarschuwt het zwijgen op. Bedenk altijd, die stem te aanvaarden die zei: "Volg Mij." En jullie zullen altijd juist uitkomen. Ik geloof dat jullie goed zullen uitkomen. Ik heb vertrouwen in jullie. Maar bedenk altijd dat Jezus...

     Die stem is vanavond levend op aarde, precies zoals elke stem en elk woord dat wij spraken nog steeds levend is. Als die stem uitgaat op die ethergolf van de lucht... Zie, je hebt hier een zender die het uitzendt. Jullie zijn de zender die het uitzendt. Nu, er is een ontvangststation nodig om het op te pikken. En Jezus was de Zender van Gods Woord, want Hij was de drieëenheid van God, gemanifesteerd in één Man. Hij was volledig God en volledig Mens.

43 En de drieëenheid van God, de drieëenheid van de attributen van God als zijnde Vader, Zoon en Heilige Geest, werd vertegenwoordigd in die ene Man, Jezus Christus. Dus daar was Hij het Woord. En Hij was de Zender die zei: "Wie Mijn Woorden hoort en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven." Zie? "Waarlijk, Ik zeg u, wie Mijn Woorden hoort en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven."

     Nu, dat Woord is uitgegaan van een zender. Hij zei op zekere dag: "Waarlijk, Ik zeg u, indien gij zegt tot deze berg: 'Word verplaatst' en niet twijfelt in uw hart, maar gelooft dat wat ge hebt gezegd, zal komen te geschieden, kunt gij hebben wat ge zei."

     Nu, als je slechts het ontvangststation kunt zijn om dat op te pikken, door de een of andere controle binnenin jou door geloof, zal het je rechtstreeks brengen in de sferen van God tot de nieuwe geboorte en je zult wederom geboren worden. Dan zul je altijd in contact zijn om die stem te horen die altijd zal waarschuwen als er gevaar langs komt. Als de dingen verkeerd zijn, verkeerd gaan, zal het altijd een waarschuwing voor jullie zijn. En dan, in plaats van op een dag te zijn als die rijke jongeling, waarover wij spraken, zul je een man zijn als de apostel Petrus, Paulus of iemand die zielen won voor Jezus Christus. Zullen jullie dat doen, kinderen? Kunnen wij bidden?

44 Here Jezus, jongeren, mannen en vrouwen voor morgen, als er een morgen is, wij moeten hen opleiden, Here. Wij voelen die last om hen op te leiden alsof er een morgen zal zijn. Zo niet, dan is het vandaag de dag.

     Voorts, Vader, weten wij dat niemand aanvaard wordt in Uw aangezicht. Geen vlees kan roemen. Geen opvoeding... Hoe goed deze dingen ook mogen zijn, geen goede werken, geen godsdienstig instituut, geen psychologie, nee, niets kan God bevestigen dan de Heilige Geest. Hij is het Instrument, God Zelf, in de vorm van eeuwig leven dat tot ons kan komen als een individu. En we zijn hier dankbaar voor. Waarlijk werd het uitgedrukt toen Petrus zijn belijdenis deed en Jezus tot hem zei: "Vlees en bloed heeft dit niet aan u geopenbaard." U leerde het nooit in een seminarie. U leerde het nooit in een school. Het is een persoonlijke zaak, iets dat ieder persoonlijk moet ontvangen.

     Hij zei: "Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet kunnen overweldigen." We zijn daar dankbaar voor, Here. Die stem is nog levend vanavond. En er zijn nog steeds posten, buitenposten, luisterposten, ontvangststations van geloof die het kunnen opvangen. We bidden dat elk van deze kinderen dit in hun hart zal ontvangen, Here. En gedenk, dat niet wat zij doen om goed te zijn, maar zij... God oordeelt ons niet door wat wij doen, maar door wat wij hebben aanvaard. Wij worden gered door ons geloof en niet door onze werken.

45 Dus bidden wij, Hemelse Vader, dat zij de visie nu zullen vatten, en dat zij die grote eeuwige uitnodiging zullen zien en horen van "Kom, volg Mij." Moge ieder van hen, Here, zich afwenden van alle dingen van de wereld, dit sterfelijke, franjeachtige leven. Als zij vanavond hier zijn met hun goudblond haar en sommigen van hen met hun zwarte haar en donkere ogen en blauwe ogen en zittend op hun allerbest van wat ze ooit zullen zijn... En zoals de grote schrijver zei: "Gedenk uw Schepper in de dagen van uw jeugd, terwijl de kwade dagen nog niet naderen. Dan zult ge er geen genoegen in hebben."

     Hoe U, Here Jezus, tot Petrus zei: "Toen gij jong waart, gorddet gij uzelf en ging waar gij wildet, maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zal iemand u brengen waar u niet wilt." Gedenk: nu is het de dag, dit is de tijd. Sta het toe, Vader.

     Ik eis ieder van hen op, vanaf mijn eigen kind hier vanavond tot elk kind hier binnen. Ik voel dat U ze in mijn handen gelegd hebt om over hen te waken. Ik eis hen allen op van Satan en van de dood tot Leven in Jezus Christus. Amen.

46 God zegene jullie, kinderen. Het was heel fijn om een paar woorden tot jullie te zeggen en ik zal weer terugkomen. Jullie zijn gewoon fijne kinderen, ik waardeer jullie. Broeder Fred, de Here zegene u. God zegene u, zuster.

Deze site maakt gebruik van functionele cookies.

Download
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
English (Engels)